Belanghebbende werd als bestuurder van [A BV] aansprakelijk gesteld voor onbetaalde loonheffingen en boetes over de tijdvakken 10-2013 tot en met 02-2014. De melding betalingsonmacht was voor het suppletiebedrag over tijdvak 9 niet tijdig gedaan, waardoor het vermoeden van toerekenbaarheid aan belanghebbende geldt. Daarnaast heeft het hof vastgesteld dat [A BV] haar uitzendactiviteiten heeft overgedragen en feitelijk haar activiteiten heeft beëindigd, zonder voldoende middelen om alle schuldeisers te voldoen.
Het hof oordeelt dat betalingen aan gelieerde partijen en verhoogde loonbetalingen aan bestuurders en familieleden zonder bijzondere omstandigheden kennelijk onbehoorlijk bestuur vormen. De stelling dat nieuwe activiteiten zouden worden ontplooid is niet aannemelijk gemaakt. Het hof bevestigt daarmee de aansprakelijkstelling van belanghebbende en verklaart het hoger beroep ongegrond.
De rechtbank had de aansprakelijkstelling reeds verminderd wegens termijnoverschrijding voor het boetebedrag. Het hof ziet geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht of proceskosten. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.