Uitspraak
[woonplaats] (België)(hierna: belanghebbende)
ontvangervan de
Belastingdienst(hierna: de Ontvanger)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Vaststaande feiten
ten aanzien van onderdeel a.[niet voeren, bewaren en/of tevoorschijn brengen van een
ten aanzien van onderdeel b.[onttrekken van gelden aan de boedel van [naam1] ).
ten aanzien van onderdeel c.{de wetenschap van het aanstaande faillissement van
ten aanzien van onderdeel d.[opzet op de verkorting van de rechten van de schuldeisers van [naam1] ].
ten aanzien van onderdeel e.[toerekening aan [naam1] ]
ten aanzien van onderdeel f.[feitelijk leiding geven door verdachte]
De bewijsmiddelen
de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 december 2019 afgelegd.
ten aanzien van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.
ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde feit.
Heeft [naam1] de verboden gedragingen verricht of daaraan deelgenomen?
Heeft verdachte aan deze verboden gedraging feitelijk leiding gegeven?
ten aanzien van onderdeel a.[niet voeren, bewaren en/of tevoorschijn brengen van een deugdelijke administratie].
ten aanzien van onderdeel b.[onttrekken van gelden aan de boedel van [naam1] ].
ten aanzien van onderdeel c.[de wetenschap van het aanstaande faillissement van
ten aanzien van onderdeel d.[opzet op de verkorting van de rechten van de schuldeisers van [naam1] ].
ten aanzien van onderdeel e.[toerekening aan [naam1] ]
ten aanzien van onderdeel f. (feitelijk leiding geven door verdachte)
- drie salarisbetalingen verricht over de 11e loonperiode van 2013, te weten een salarisbetaling groot € 20.617,-- aan hem, verdachte en een salarisbetaling groot € 16.761,63 aan [belanghebbende] en een salarisbetaling groot € 2 7.526,37 aan [naam17] , zijnde die salarisbetalingen telkens aanzienlijk hoger dan de salarisbetalingen die werden verricht over de daaraan voorafgaande loonperioden in 2013 (DOC-001, pagina 000222 proces-verbaal) en
- betalingen over de periode van 24 mei 2013 tot en met 11 oktober 2013 verricht aan [naam18] (DOC-071), telkens al dan niet ter voldoening van een of meer opeisbare schulden van de B. V aan [naam18] uit hoofde van een sponsorovereenkomst en = niet heeft voldaan aan de op de B. V. rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en/of het bewaren en/ofte voorschijn brengen van boeken, bescheiden en gegevensdragers in dat artikel bedoeld, hebbende hij, verdachte, telkens feitelijke leidinggegeven aan die verboden gedragingen.”
De bewijsmiddelen.
de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 2 december 2019 afgelegd.
de verklaring van [naam22]aan verbalisanten [naam25] en [naam26] afgelegd (…) onder meer zakelijk weergegeven inhoudende.
3 De oordelen van het Hof
4.Beoordeling van de middelen
5.Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure
6.Proceskosten
7.Beslissing
4.Beoordeling van de middelen
5.Overschrijding van de redelijke termijn in de cassatieprocedure
6.Proceskosten
7.Beslissing
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
verderdient te worden verminderd. Al met al komt het Hof tot het volgende oordeel. Na de uitspraak van de Rechtbank, die de verzuimboete met 20% heeft verminderd wegens een overschrijding van de redelijke termijn tot dat moment, is de redelijke termijn verder overschreden met meer dan één jaar en minder dan 2 jaar. Het Hof zal de verzuimboetes in hun totaliteit daarom verder matigen met 15% (afgerond € 587) tot (afgerond) € 3.321. Het Hof acht deze verminderingen met 20% en vervolgens het aldus verminderde bedrag met nog eens 15% passend, met inachtneming van de totale duur van de berechting.
5.Proceskosten
6.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).