Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/325105/HA ZA 16-903)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord.
3.De vaststaande feiten
a) zijn finale bod van € 1.200.000,- kk lager is dan voorliggend bod.
4.De procedure in eerste aanleg
5.De beoordeling in hoger beroep
na acceptatie van haar biedinggraag het gesprek met potentiële huurders aan te willen gaan en dat zij haar uiterste bod van € 1.200.000,00 heeft herhaald. Dat alles was niet nodig geweest indien de Holding werkelijk had gemeend dat reeds op basis van de gesprekken met [verkoopcoördinator voor de afdeling vastgoed van de gemeente] , [adviseur van de afdeling vastgoed] en de wethouder sprake was van een overeenkomst tussen haar en de Gemeente.