Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep betreffende de naheffingsaanslagen loonheffingen en de rentebeschikkingen ongegrond;
- verklaart het hoger beroep betreffende de boetebeschikkingen gegrond;
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank voor zover het de beslissing omtrent de vergrijpboeten, het griffierecht en de proceskosten betreft;
- bevestigt de uitspraak van de Rechtbank voor het overige;
- verklaart het tegen de uitspraak op bezwaar van de Inspecteur bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van de Inspecteur voor zover het de beslissing omtrent de vergrijpboeten betreft;
- verklaart het bezwaar van belanghebbende betreffende de boetebeschikkingen gegrond;
- vermindert de boetebeschikkingen tot € 970, respectievelijk tot € 154;
- gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht bij de Rechtbank en het Hof, in totaal € 852, aan belanghebbende vergoedt; en
- veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding bij de Rechtbank en bij het Hof, vastgesteld op in totaal € 2.100.