ECLI:NL:HR:2020:1815
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslagen loonheffingen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, was geconfronteerd met naheffingsaanslagen in de loonheffingen over de jaren 2009 tot en met 2014, inclusief boetebeschikkingen. Na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd het hoger beroep door het Gerechtshof 's-Hertogenbosch behandeld. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar oordeelde dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, was een nadere motivering niet vereist. De Hoge Raad zag ook geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 20 november 2020. Hiermee werd het beroep in cassatie ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.