Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Feiten
De voorzitter:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht besloten om een gemachtigde en de door hem vertegenwoordigde vennootschappen te weigeren als gemachtigde in diverse belastingprocedures. Dit besluit volgt op herhaalde waarschuwingen vanwege structureel ongepast, grievend en beledigend taalgebruik in processtukken, waaronder ernstige beledigingen aan het adres van rechterlijke instanties en ambtenaren.
Ondanks eerdere waarschuwingen, waaronder een expliciete laatste waarschuwing in november 2019, bleef de gemachtigde zich schuldig maken aan het gebruik van beledigende uitlatingen. Het hof stelde vast dat dit gedrag de goede procesorde ernstig verstoort en tevens de belangen van de door hem vertegenwoordigde partijen kan schaden. De weigering betreft uitsluitend de procedures vermeld in de bijlage, waarbij de belanghebbenden de mogelijkheid krijgen om binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen.
Het hof oordeelt dat de weigering niet in strijd is met artikel 47 van Pro het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, omdat het recht op toegang tot de rechter en het recht op vertegenwoordiging niet wordt ontnomen, maar slechts de specifieke gemachtigde wordt geweigerd om de orde en fatsoen in de procedure te waarborgen. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 13 maart 2020 en is een tussenuitspraak waartegen geen afzonderlijk rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het hof weigert de gemachtigde en zijn vennootschappen als vertegenwoordiger in de belastingprocedures wegens structureel beledigend taalgebruik.