Eiser diende op 20 juli 2017 een aangifte BPM in voor een Mercedes-Benz margeauto, waarbij de verschuldigde BPM op €8.741 werd vastgesteld. Na bezwaar en beroep erkende de Belastingdienst dat de BPM berekend moest worden op basis van een koerslijst voor margeauto’s, waardoor de BPM werd verminderd tot €8.049 en een teruggaaf van €692 volgde.
De rechtbank waarschuwde de gemachtigde van eiser vanwege respectloos en onfatsoenlijk taalgebruik in de pleitnota en tijdens de zitting. Daarnaast werd het beroep gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
De rechtbank oordeelde verder dat het griffierecht van €170 met wettelijke rente vergoed moet worden, omdat dit niet in strijd is met het Unierecht en eiser geen vrijstelling had aangevraagd. Proceskosten voor het beroep werden vastgesteld op €1.024, terwijl een volledige proceskostenvergoeding werd afgewezen wegens het ontbreken van onzorgvuldig handelen door de Belastingdienst.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht met rente.