Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond, en
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende is eigenaar van een pand met een luifel die sinds de jaren 50 boven gemeentegrond hangt. De gemeente legde precariobelasting op voor deze luifel. Belanghebbende betwistte dit en voerde aan dat de luifel geen voorwerp is in de zin van de verordening en dat er een erfdienstbaarheid door verjaring zou zijn ontstaan, waardoor de belasting niet geheven mag worden.
Het hof oordeelt dat de luifel als tastbaar en handelbaar levenloos object kwalificeert als een voorwerp volgens de verordening. Het feit dat de luifel onderdeel is van het pand maakt dit niet anders. Daarnaast stelt het hof dat belanghebbende geen bezit heeft genomen van de onderliggende gemeentegrond, waardoor geen erfdienstbaarheid kan zijn ontstaan, ook niet door verjaring.
De aanslag precariobelasting is derhalve terecht opgelegd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof wijst ook de vordering tot vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag precariobelasting wordt bevestigd.