Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg met als productie de beschikking van de kantonrechter, ingekomen ter griffie op 5 oktober 2020;
- het verweerschrift met productie, ingekomen ter griffie op 4 december 2020;
- een brief van [de werknemer] met productie 2, ingekomen ter griffie op 24 februari 2021;
- een brief van [de werknemer] met productie, ingekomen ter griffie op 26 februari 2021;
- een brief van [de werknemer] met producties, ingekomen ter griffie op 2 maart 2021;
3.De beoordeling
Weer incident op school in [plaats 1] na penisfoto leraar”;
‘in ieder geval de volgende acties ontbreken:
- een tijdig opgestelde probleemanalyse gevolgd door een plan van aanpak,
- sinds werknemer vanaf 28-02-2019 tot enige re-integratie in staat was, zijn geen concrete afspraken gemaakt hoe hieraan invulling te geven’.
“ [de werkgever] is echter op dit moment geenszins van plan aangifte te doen tegen dhr. [betrokkene 1] . Het lijkt ons namelijk verstandig de zaak verder van onze kant te laten rusten en niet opnieuw op te rakelen, dat is in onze ogen beter voor jouw positie en re-integratie, beter voor de school/scholen en ook beter voor [de werkgever] . (…) Bovendien is het feitelijk zo, dat er in tweede instantie externe meldingen en aangiften hebben geleid tot schorsing en ziekteverzuim. De relatie met verondersteld nepnieuws ontgaat ons daarbij. (…) Ik laat het hier nu bij en hoop dat de relatieve rust gehandhaafd blijft en de energie van beide kanten in de toekomst en in positieve dingen gestoken kan worden. (…)”
“(…) Ik ben verheugd voor [de werkgever] dat er iemand is die aansprakelijk kan worden gesteld voor de gelede schade van € 600.000,-- (…) Ik verzoek u vriendelijk om mij te melden of [de werkgever] overgaat tot aangifte tegen dhr. [betrokkene 1] en om de inhoud van de aangifte met mij te delen. (…) Ben ik nu zo dom of is het dagelijkse bestuur van [de werkgever] nu zo slim? Tja, ik weet echt niet wat ik hierop nog redelijkerwijs moet antwoorden. (…) Het is bovendienrespectlooshoe [bestuurder] met de pers communiceert over een medewerker van [de werkgever] . Ziekmakend, [de werkgever] is een slechte verliezer! (…) Op dit moment wordt onderzocht of er een schadevergoeding van [de werkgever] kan worden geëist vooralle betrokkenpartijen die psychische schade hebben opgelopen, getekend voor het leven zijn mijn kinderen, mijn partner, mijn ouders en ik. (…) Ik deel u mede dat ik de inhoud van deze brief en producties heb gedeeld met de inspectie van onderwijs in Tilburg, de vertrouwensinspectie van onderwijs in Utrecht en de minister van Onderwijs, dhr. A. Slob. Verder ga ik mij melden bij [betrokkene 3] en [betrokkene 4] . Tenslotte realiseer ik me dat dit schrijven mij vogelvrij verklaart. Ik voel me nu al ‘a deer hiding for the hunter’. De buitenwacht zal mijn standpunten begrijpen, maar bij de intimi van [de werkgever] zal veel kwaad bloed worden aangemaakt. (…) Ik ben van alle kanten gewaarschuwd voor schijnparticipatie van de kant van [de werkgever] . Op papier zal [de werkgever] ervoor zorgen dat aan alle re-integratieacticiteiten is voldoen, de vraag is of dit ook de werkelijke intentie is? Of is er toch weer die bewuste dubbele agenda bij [de werkgever] ?(…) Op dit moment ben ik enorm verdrietig, maar intrinsiek extreem gemotiveerd, om dit pad te bewandelen. Enerzijds omdat docentschap het mooiste beroep is dat er voor mij is (mijn hart blijft harder kloppen) en ik zal blijven vechten om deze diamant te mogen behouden. Anderzijds omdat dhr. [voorzitter College van Bestuur] mijn jongste dochter,door de ten onrechte opgelegde schorsing, heeft aangezet tot het ondernemen van een zelfmoordpoging.
“(…) als ik op mijn strepen ga staan kan ik je strafrechtelijk vervolgen wegens smaad en laster, maar ik denk dat [vestigingsdirecteur] (‘het baasje van [locatie 1] ’), morele druk heeft uitgeoefend, om achter deze informatie te komen. Ik geef je het voordeel van de twijfel, omdat in die tijd (en nog steeds) een heksenjacht plaats vond (vindt) op [de werkgever] om mij eruit te werken. Ik heb moreel heel veel moeite mee om bij jou de ‘trekker’ over te halen, omdat je als pion wordt gebruikt, in hun (maffia) schaakspel. Net zoals mijn kinderen worden ingezet, inzake ouderverstoting. (…) voor mij ben je een ‘nono’ in dit schaakspel, dat mijn ex speelt met mij, om mijn kinderen. [de werkgever] begrijpt het (nog) niet (of wil dit niet begrijpen), maar misbruikt mij, om haar maatschappelijk gelijk te halen. Ik wil geen persoonlijk gesprek met jou, ook niet op verzoek van [vestigingsdirecteur] . (…) Ik kan niet in je hoofd kijken, kan niet je angsten inschatten, kan niet je vertrouwens in de mensheid inschatten, kan niet je sociaal wenselijk gedrag inschatten, maar ga er aar van uit, dat je uiteindelijk jezelf afreken op je eigen moreel gedrag (al is het op je sterfbed)Conclusie:Laten we er het beste van maken op [locatie 1] (zolang het duurt voor mij) en ik hoop dat we eenzakelijke professionaliteitkunnen opbrengen om op 5 VWO te kunnen samenwerken (…)”
“(…) Voor alle duidelijkheid: er wordt mij onrecht aangedaan doordat dhr. [vestigingsdirecteur] alle adviezen naast zich neerlegt en mijn re-integratieproces frustreert en daar mag ik als werknemer voor opkomen. Dit is geen signaal dat ik er op uit ben om een verstoorde arbeidsrelatie tot stand te brengen, het is een duidelijk signaal om dit juist te voorkomen, alle partijen dienen hun verantwoordelijkheid te nemen, ook dhr. [vestigingsdirecteur] . Ik licht zelf de vertrouwensinspecteur en de inspecteur van onderwijs in dat er aangifte is gedaan tegen dhr. [vestigingsdirecteur] . (…)”
“(…) vraag ik u nu”officieelomuitsluitendop devolgende twee vragen antwoord te geven:
p basis van artikel 10 a.6. lid 1, zou dit moeten gebeuren? Ook tegen haar loopt een strafrechtelijk onderzoek wegens een valse aangifte van aanranding. (…)”
Kamerstukken II2013/14, 33818, nr. 3, p. 34 en ECLI:NL:PHR:2019:772, 3.24). Ook is oorzakelijk verband vereist tussen het gestelde verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Met inachtneming hiervan ziet het hof geen aanleiding om een billijke vergoeding toe te kennen.