In deze civiel-arbeidsrechtelijke zaak stond centraal of de werkneemster een laptop van haar werkgever nog in bezit had en deze moest teruggeven. Het hof bevestigde dat de werkgever de stelplicht en bewijslast droeg om het bezit van de laptop door de werkneemster aannemelijk te maken. De werkneemster leverde schriftelijk bewijs, waaronder screenshots van WhatsApp-berichten, maar deze werden door het hof onvoldoende overtuigend geacht vanwege mogelijke manipulatie en het ontbreken van getuigenverhoor.
De werkneemster had afgezien van het oproepen van getuigen, wat het hof nadelig achtte omdat daardoor onduidelijk bleef hoe bepaalde e-mails waren verzonden en waarom WhatsApp-conversaties onvolledig waren. De werkneemster gaf aan geen vertrouwen te hebben in de verklaringen van werknemers, maar het hof oordeelde dat dit een voorbarige conclusie was en dat getuigen onder ede verklaren.
Gelet op het voorgaande en eerdere tussenbeschikking, wees het hof de vordering van de werkgever tot afgifte van de laptop toe. De werkneemster werd veroordeeld om binnen 24 uur na betekening de Apple MacBook Air met oplaadstekker terug te geven, onder dreiging van een dwangsom van €250 per dag met een maximum van €2.500. Verzoeken tot afgifte van overige toebehoren werden afgewezen wegens onvoldoende specificatie. Tevens werd de werkneemster veroordeeld in de proceskosten en nakosten van het incidenteel hoger beroep.