ECLI:NL:GHSHE:2021:1320
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schulden en boedelachterstand
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 29 april 2021 het vonnis van de rechtbank Limburg bekrachtigd waarin de termijn van de schuldsaneringsregeling voor appellanten is verlengd met zes maanden. De rechtbank had deze verlenging op grond van artikel 349a Faillissementswet vastgesteld omdat appellanten nieuwe schulden en een boedelachterstand hadden laten ontstaan.
Appellanten voerden aan dat de nieuwe schulden al waren ingelopen en dat de informatieverplichtingen slechts met geringe vertraging waren nagekomen. Zij stelden financieel in staat te zijn om de schulden binnen de reguliere looptijd af te lossen en voerden aan dat het gebruik van de bankrekening van hun dochter noodzakelijk was vanwege betalingsproblemen.
De bewindvoerder betwistte deze stellingen en wees op voortdurende onvolledige informatieverstrekking, het gebruik van de dochterrekening leidend tot ondoorzichtige geldstromen, en het ontbreken van een onderbouwd plan voor aflossing. Het hof oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat zij de schulden tijdig konden inlopen en dat het gebruik van de dochterrekening onnodig en onwenselijk was.
Gelet op de feiten en de wettelijke criteria voor verlenging van de schuldsaneringsregeling, concludeerde het hof dat de verlenging terecht was en bekrachtigde het vonnis van de rechtbank. De grieven van appellanten faalden daarmee.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de schuldsaneringsregeling met zes maanden wegens het ontstaan van nieuwe schulden en een boedelachterstand.