Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/256352 / HA ZA 18-527)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met één productie;
- de memorie van grieven van 21 oktober 2019, waarbij [appellante] haar eis heeft gewijzigd;
- de memorie van antwoord van 2 december 2019.
3.De beoordeling
- We hebben de uren tot 1 december 2017 doorgegeven en ik heb hier ook een factuur voor liggen; deze betalen we zodra het financieel mogelijk is bij ons (zo snel mogelijk, je bent door [naam 4] hierover geïnformeerd) en dan kan jij dat met hen afhandelen;
- Dan wil ik [medewerker 2] en [medewerker ] graag een contract aanbieden vanaf 1 december 2017;
- [medewerker 2] en [medewerker ] werken van af 23 oktober 2017 bij ons en je ontvangt dus al fee van af 23 oktober 2017, dus betaal ik ook maar fee tot 23 april 2018 en ik ben het er niet mee eens dat nu de 6 maanden opnieuw starten;
- Ik wil per gewerkt uur 4 euro fee betalen tot 23 april 2018, dit loopt vanaf 1 december 2017;
- De uren met betrekking tot de 4 euro fee geven we op de 1e van de maand door met een betalingstermijn van 30 dagen (je hoeft immers zelf niks voor te schieten).
- [medewerker ] ( [medewerker ] ) : € 10.000,= + 53 x € 1.000,= is € 63.000,=;
- [medewerker 3] ) : € 10.000,= + 39 x € 1.000,= is € 49.000,=;
- [medewerker 2] ( [medewerker 2] ) : € 10.000,= + 53 x € 1.000,= is