Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/280651 / KG 20-303)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord met zeven producties
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Partijen hadden een affectieve relatie die in april 2020 door de vrouw werd verbroken. Na de breuk deed de vrouw aangifte van mishandeling en vorderde zij in kort geding een contactverbod tegen de man wegens herhaaldelijke benadeling.
De voorzieningenrechter legde een contactverbod op, maar het hof stelt in hoger beroep vast dat het contact tussen partijen beperkt was tot circa 34 Whatsapp-berichten met een emotionele inhoud, terwijl de man ontkent verdere overtredingen. De vrouw kon niet voldoende aantonen dat de man de afspraken uit de mondelinge behandeling van 25 augustus 2020 had geschonden.
Het hof oordeelt dat het contactverbod niet gerechtvaardigd is omdat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangevoerd die een ernstige schending van de afspraken aantonen. De vorderingen worden afgewezen en partijen dragen hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Het contactverbod wordt vernietigd en de vorderingen van de vrouw worden afgewezen.