Belanghebbende ontving in 2016 een bijstandsuitkering van de gemeente Tilburg ter hoogte van € 15.017, waarvan later bleek dat een bedrag van € 4.298,71 ten onrechte was uitgekeerd. Ondanks dit bericht heeft belanghebbende dit bedrag niet terugbetaald en het gebruikt voor levensonderhoud en schulden.
De inspecteur stelde het gezamenlijke toetsingsinkomen voor toeslagen vast op € 27.707, inclusief de bijstandsuitkering van belanghebbende. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze inkomensvaststelling, maar dit werd ongegrond verklaard door de inspecteur en de rechtbank. Het hof bevestigt deze uitspraken in hoger beroep.
Het hof oordeelt dat de ten onrechte genoten uitkering op grond van de Participatiewet als belastbaar loon moet worden beschouwd, omdat belanghebbende niet binnen redelijke termijn heeft aangegeven het niet te willen behouden en geen terugbetaling heeft gedaan. Het beroep op het beleidsbesluit van 2009 dat terugbetaling als voorwaarde stelt voor tegemoetkoming, faalt eveneens.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel wordt verworpen omdat belanghebbende niet aannemelijk maakt dat sprake is van ongelijke behandeling. Het hof wijst erop dat bij betalingsproblemen overleg met de Belastingdienst mogelijk is voor kwijtschelding of betalingsregeling.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.