Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een vonnis van de rechtbank Oost-Brabant. Na ambtshalve uitstel moest appellant de memorie van grieven uiterlijk op 20 april 2021 indienen, maar dit is niet gebeurd. De rolraadsheer verleende daarop ambtshalve akte niet-dienen, een bindende eindbeslissing.
Appellant stelde dat de memorie van grieven tijdig was verzonden per aangetekende post op 16 april 2021, maar door een fout bij PostNL niet tijdig was bezorgd. Hij verzocht het hof de memorie alsnog als tijdig ingediend te beschouwen of een nieuwe roldatum te bepalen. Geïntimeerde verwees naar jurisprudentie dat het verzendrisico bij appellant ligt.
Het hof oordeelde dat de rolbeslissing niet berust op een onjuiste feitelijke of juridische grondslag en dat de ambtshalve peremptoire verwijzing naar de roldatum en de akte niet-dienen conform het Landelijk procesreglement is genomen. Het risico van late bezorging door PostNL ligt bij appellant, die ook geen aanvullende verzending via fax of mail heeft gedaan.
Daarom is het onaanvaardbaar om terug te komen op de bindende eindbeslissing. Appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.