Uitspraak
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg, met uitzondering van de in de bestreden beschikking genoemde akte vermindering van verzoek, en met producties 21 en 22, ingekomen ter griffie op 17 februari 2021;
- de aantekeningen van de mondelinge behandeling in eerste aanleg, ingekomen ter griffie op 3 maart 2021;
- het verweerschrift, ingekomen ter griffie op 21 april 2021;
- Twee V6-formulieren van [de werkgever] ingekomen ter griffie op 15 en 22 juni 2021, met producties 23 t/m 26, respectievelijk 27 en 28;
3.De beoordeling
(…)
There are no suitable alternative positions for Mr. [de werknemer] within the group. We do not consider the new position of Nordics and Export Sales Manager suitable, as this position will be based in Denmark and requires proficiency in Danish and/or Swedish.”
The main reasons for not considering the new position of Nordics and Export Sales Manager suitable are, as mentioned, work location and language proficiency. [onderneming 4] additionally notes that Mr. [de werknemer] ’s general attitude towards the merger referred to above also makes it extremely unlikely that he would succeed in this position.
€ 200.000,00 (waarin begrepen de transitievergoeding), een billijke vergoeding te betalen van € 300.000,00 bruto, te vermeerderen met wettelijke rente en [de werkgever] te veroordelen in de proceskosten.
Daarbij is de kantonrechter ervan uitgegaan dat [de werknemer] de mogelijkheid heeft om in twee jaar op een vergelijkbaar inkomensniveau te zitten als bij [de werkgever] en een inkomsensschade zal lijden van € 400.000,00. De kantonrechter heeft de toegezegde beëindigingsvergoeding inclusief transitievergoeding van € 200.000,00 daarop in mindering gebracht en geoordeeld dat aan te verwachten inkomensschade circa € 200.000,00 resteert. De kantonrechter heeft vervolgens geoordeeld dat, gelet op de relatief hoge leeftijd van [de werknemer] , de lange duur van het dienstverband en de ernst van het verwijtbaar handelen van [de werkgever] in het kader van de communicatie omtrent het ontslag en het niet naleven van de herplaatsingsplicht, het gerechtvaardigd is de billijke vergoeding vast te stellen op € 275.000,00 bruto.
is veroordeeld aan [de werknemer] € 475.000,00 te betalen plus rente (de toegezegde beëindigingsvergoeding plus de billijke vergoeding).
Hopefully [onderneming 4] gets a little more [de werkgever] -flavour going forward and then te future will be more promising”.
Hiervoor is gerefereerd aan het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever als reden voor het kunnen toekennen van een additionele billijke vergoeding naast de wettelijk verschuldigde transitievergoeding bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Het gaat hierbij om uitzonderlijke gevallen waarbij de vergoeding een ander karakter heeft dan de transitievergoeding, die bedoeld is ter compensatie van ontslag en om de werknemer in staat te stellen de transitie naar een andere baan te vergemakkelijken. (…) Ter verdere verduidelijking wordt hierbij een aantal voorbeelden van situaties gegeven waaraan wordt gedacht voor het toekennen van de additionele billijke vergoeding:
€ 225.000,00 (hetgeen samen met de toegezegde beëindigingsvergoeding in het dictum leidt tot een bedrag van € 425.000,00).