In deze civiele hogerberoepszaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 januari 2021 een tussenbeschikking gegeven waarin het iedere verdere beslissing aanhoudt tot een pro forma datum van 18 maart 2021. Dit besluit volgt op de verwachting van een uitspraak van de Hoge Raad in een verwante zaak over bewijsbeslag, die aanvankelijk op 4 december 2020 gepland stond maar is uitgesteld tot 19 februari 2021.
Het hof motiveert de aanhouding met het belang van een goede procesorde en het voorkomen van proces-oneconomische beslissingen voorafgaand aan de Hoge Raad-uitspraak. Partijen krijgen de gelegenheid om na de Hoge Raad-uitspraak aktes in te dienen waarin zij de consequenties van die uitspraak voor de onderhavige zaak uiteenzetten. Vervolgens kunnen zij binnen een termijn van vier weken op elkaars aktes reageren.
De pro forma datum van 18 maart 2021 is vastgesteld om partijen voldoende tijd te geven voor deze aktewisseling, met een daaropvolgende reactietermijn van eveneens vier weken. Het hof benadrukt dat het de verdere uitspraakdatum zal bepalen nadat deze aktes zijn ingediend en dat het de zaak niet onbeperkt zal aanhouden. Tevens verzoekt het hof partijen de griffie niet onnodig te belasten voorafgaand aan de uitspraakdatum.
Deze tussenbeschikking is in het openbaar uitgesproken door de drie rechters van het hof en betreft een procedurele beslissing in hoger beroep in een civiele zaak tussen advocaten en de Staat der Nederlanden.