Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] , Luxemburg,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] , Luxemburg,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/257504 / HA ZA 18-589)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij partij [appellante] pleitnotities heeft overgelegd.
3.De beoordeling
van de oorspronkelijke situatie en toentertijd aanwezige gebreken en/of tekortkomingen niet c.q. vrijwel niets meer is waar te nemen.” Nu het gestelde gebrek aan de verdiepingsvloer reeds is verholpen door het uitgevoerde herstel, kan geen onderzoek meer worden gedaan naar het gestelde gebrek en de oorzaak die daaraan ten grondslag ligt. Dat [appellante] in een discussie met haar rechtsbijstandsverzekeraar was verwikkeld over de bevindingen van [expertise en taxatie] en de daaropvolgende inschakeling van [bouwadvies] Bouwadvies, moge zo zijn. Dit is echter geen omstandigheid die [geïntimeerden] kan worden tegengeworpen. Zowel de discussie met de verzekeraar als de keuze direct over te gaan tot herstel zonder [geïntimeerden] de gelegenheid te bieden te reageren op het onderzoek of de bevindingen van [bouwadvies] Bouwadvies, zijn omstandigheden die voor rekening en risico van [appellante] dienen te blijven. Op basis van de gemaakte keuzes kan thans niet worden vastgesteld dat sprake is van een constructiefout of van een zodanig gebrek dat de koop niet voldeed aan hetgeen [appellante] ervan mocht verwachten.
esthetisch gezien” niet zagen “
werken” en zij daarom hebben gekozen voor een “
andere en betere oplossing.” Dat die oplossing beter en naar het hof begrijpt mooier was dan de door [expertise en taxatie] voorgestelde herstelmethode, brengt niet met zich dat [geïntimeerden] gehouden zouden zijn de (volledige) kosten van die “
betere” methode ten opzichte van een anderszins ook geschikte methode te vergoeden.