AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Zorgplichtschending bij risicovolle fondsbeleggingen door particulier en MKB
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of er sprake is van zorgplichtschending door de aanbieder van risicovolle fondsen aan particuliere en MKB-beleggers. De procedure betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
Het hof heeft in een tussenarrest van 6 april 2021 de partijen gelegenheid gegeven te reageren op een incidentele vordering ex artikel 225 RvPro. Vervolgens heeft het hof geoordeeld dat de akte van 9 februari 2021 door de rechtsopvolger onder algemene titel van de oorspronkelijke appellant als een geldige schorsing en hervatting van de procedure moet worden beschouwd.
De primaire incidentele vordering van de appellant wordt daarom toegewezen. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf wordt verwezen naar de rolzitting van 14 september 2021 voor verdere beraadslaging, waarbij alle overige beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De primaire incidentele vordering wordt toegewezen en de hoofdzaak wordt verwezen naar de rolzitting van 14 september 2021, met aanhouding van verdere beslissingen.
Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.282.246/01
arrest van 31 augustus 2021
gewezen in het incident
in de zaak van
1.[X schoenen B.V.] ,gevestigd te [woonplaats] ,
2. [appellant], wonende te [woonplaats] (België),
3. [appellante], wonende te [woonplaats] (België),
appellanten in de hoofdzaak,
verweerders in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: [appellanten] en
appellante sub 1 zal afzonderlijk worden aangeduid als [X schoenen B.V.] ;
advocaat: mr. J. Derksen te Amsterdam,
tegen
1.De Nieuwe Veste B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
2. De Veste B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerden in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident,
hierna gezamenlijk aan te duiden als: De Veste c.s.,
advocaat: mr. E.L.M. van Kranenburg te Nijmegen,
als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 6 april 2021 in het hoger beroep van het onder zaaknummer C/02/357981 / HA ZA 19-287 gewezen vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 mei 2020.
5.Het verloop van de procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
het tussenarrest van 6 april 2021;
de conclusie tot referte in incident van De Veste c.s.
Het hof heeft daarna een datum bepaald voor arrest in het incident.
6.De verdere beoordeling
In het incident
6.1.
Bij genoemd tussenarrest zijn De Veste c.s. in de gelegenheid gesteld te antwoorden op de incidentele vordering ex artikel 225 RvPro van [appellanten] In hun akte hebben De Veste c.s. zich gerefereerd aan het oordeel van het hof.
De beoordeling van de incidentele vordering van [appellanten]
6.2.
Het hof beschouwt de akte in de hoofdzaak van [appellanten] van 9 februari 2021 als een door [X beheer B.V.] , rechtsopvolgster onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , genomen akte schorsing ex artikel 225 lid 1 sub c RvPro en hervatting ex artikel 227 lid 1 sub b RvPro. Gezien deze akte en gelet op de referte van De Veste c.s., is het hof van oordeel dat dat de zaak rechtsgeldig is geschorst en hervat op 9 februari 2021, de roldatum dat de akte met het schorsings- en hervattingsverzoek is genomen. Dat betekent dat de primaire incidentele vordering zal worden toegewezen.
6.3.
De beslissing over de proceskosten zal worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.
In de hoofdzaak
6.4.
De hoofdzaak zal worden verwezen naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
7.De uitspraak
Het hof:
in het incident:
bepaalt dat [X beheer B.V.] , rechtsopvolger onder algemene titel van [X schoenen B.V.] , als procespartij in de plaats is getreden van [X schoenen B.V.] ;
gelast de griffier deze wijziging in het roljournaal te verwerken;
houdt de beslissing over de proceskosten aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;
in de hoofdzaak:
verwijst de zaak naar de rol van 14 september 2021 voor beraad partijen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 augustus 2021.