Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
[vennoot 1],
[vennoot 2],
wonende te [woonplaats] ,
[vennoot 3],
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/256457 / HA ZA 18-528)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven, tevens wijziging c.q. vermeerdering van eis met producties;
- de memorie van antwoord in principaal hoger beroep, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep, tevens houdende incidentele vordering, met producties;
- de antwoordmemorie in het incident van [appellant] .
3.De beoordeling
alleoverige stukken in de met [persoon A] gevoerde procedure en
allemet [persoon A] en [persoon B] gevoerde correspondentie. Dat en waarom al die overige stukken relevant (kunnen) zijn ter onderbouwing van het standpunt van [geïntimeerden] is het hof niet gebleken. Het belang daarbij hebben [geïntimeerden] onvoldoende onderbouwd.