ECLI:NL:GHSHE:2021:2938
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verbetering van arrest inzake proceskostenveroordeling
In deze zaak heeft het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 september 2021 een verzoek tot verbetering van het arrest van 4 mei 2021 behandeld. Het verzoek betrof een vermeende kennelijke fout in de proceskostenveroordeling waarbij de geïntimeerde ten onrechte was veroordeeld tot betaling van de volledige proceskosten, terwijl slechts een deel van de vordering was toegewezen.
De geïntimeerde stelde dat de proceskosten hadden moeten worden gecompenseerd, en verzocht op grond van artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) om verbetering van het arrest. De curator van de failliete appellante reageerde hierop namens deze partij.
Het hof overwoog dat een verbetering op grond van artikel 31 Rv Pro slechts mogelijk is bij een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere evidente vergissing die zich voor eenvoudig herstel leent. Het hof stelde vast dat de discretionaire bevoegdheid van de rechter bij proceskostenveroordelingen, zoals neergelegd in artikel 237 Rv Pro, betekent dat geen sprake was van een evidente fout.
Daarom wees het hof het verzoek tot verbetering af en bevestigde het de oorspronkelijke proceskostenveroordeling waarbij de geïntimeerde als grotendeels in het ongelijk gestelde partij werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de appellante.
Uitkomst: Het verzoek tot verbetering van het arrest van 4 mei 2021 wordt afgewezen wegens het ontbreken van een kennelijke fout.