Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in feitelijke instanties en in cassatie
2.Het geding na verwijzing
3.De gronden van het hoger beroep
4.De beoordeling na verwijzing
f50.000,-, dus in totaal
f100.000,- (omgerekend
f500.000,- jaarlijks een bedrag van
f100.000,- aan [geïntimeerde] te betalen.
f50.000,-, genoemd in de overeenkomst van 31 december 1999, ook zou gelden voor de verlengingsperiode 2005 tot en met 2009.
f50.000,- per jaar per werkmaatschappij. Omgerekend betekent dit voor de beide werkmaatschappijen samen een huurverplichting van € 45.378,02 per jaar.