Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[geïntimeerde] ,voorheen handelend onder de naam
[bedrijf] ,
[de vennootschap 1] ,gevestigd te [vestigingsplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/326565 / HA ZA 17-691)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep (met grieven);
- de conclusie van eis in hoger beroep/ memorie van grieven tevens akte wijziging eis (met producties);
- de memorie van antwoord (met producties);
3.De beoordeling
1. [merk] , verleent aan de Distributeur het exclusieve recht om gedurende de duur van deze Distributieovereenkomst, als Distributeur van [merk] op te treden en zodoende artikelen uit de Collectie, conform bijlage 1, in te kopen om deze vervolgens via haar Dealers te verkopen, binnen het contractsgebied, zoals opgenomen in bijlage 2 (hierna het Contractsgebied), welk recht hierbij door de Distributeur wordt geaccepteerd. Distributeur zal altijd in overleg gaan met [merk] alvorens subdistributeurs te benoemen.
2. Elk kwartaal zal distributeur een lijst van Dealers, Points of Sale, overhandigen zodat [merk] deze lijst kan gebruiken voor vermelding op haar website.
(...)
4. De kosten die samenhangen met het vermarkten van de Collectie door de Dealers van Distributeur zoals displays, verpakkingen, brochures, garantiebewijzen, posters, flyers, verzendkosten, advertentiekosten, beurskosten, komen voor rekening van Distributeur zie bijlage 5.
5. Als onderdeel van deze Distributieovereenkomst is in bijlage 4 een tussen partijen overeengekomen prognoseoverzicht (hierna Prognoseoverzicht) bijgevoegd. Indien Distributeur meer dan 10% over het voorafgaande kwartaal negatief is afgeweken, zal hij samen met [merk] een actieplan opstellen om voor het daaropvolgende kwartaal wel aan het Prognoseoverzicht te kunnen voldoen.
6. Distributeur levert jaarlijks in oktober een prognose overzicht aan voor het komende jaar. Deze prognose wordt besproken met [merk] en afgestemd op de productie van [merk] . Na de prognose voor het komende jaar te hebben vastgesteld is Distributeur verplicht alles te doen wat in haar mogelijkheden ligt om aan deze prognose te voldoen.
1. Partijen hebben elk het recht deze Distributieovereenkomst terstond zonder rechterlijke tussenkomst en zonder dat daartoe een ingebrekestelling nodig is, te beëindigen indien de andere partij haar verplichtingen niet kan nakomen ten gevolge van haar faillissement, surséance van betaling, gehele of gedeeltelijke beslaglegging, liquidatie of enig daarmee vergelijkende toestand, in welk geval de andere partij van rechtswege in verzuim is.
1. Indien de Distributeur een of meerdere verplichtingen uit deze Distributieovereenkomst niet nakomt of indien [merk] klachten ontvangt van Klanten en/of Dealers met betrekking tot de door de Distributeur verleende diensten, zal [merk] terstond met de Distributeur in contact treden en indien zulks niet tot een gewenste oplossing leidt zal [merk] de Distributeur schriftelijk ingebreke stellen waarbij aan de Distributeur een redelijke termijn zal worden gegund om alsnog haar verplichtingen na te komen. Indien de Distributeur na deze schriftelijke ingebrekestelling haar verplichting niet is nagekomen is [merk] gerechtigd deze Distributieovereenkomst direct en zonder rechtelijke tussenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden.(…)
1. Deze Distributieovereenkomst gaat op 1 september 2014 en een heeft een looptijd van 5 jaar, tenzij deze Distributieovereenkomst met inachtneming van het bepaalde in artikelen 8 en 9 vroegtijdig wordt beëindigd dan wel in overeenstemming met de wet wordt ontbonden. Indien een van de partijen deze Distributieovereenkomst niet wenst te verlengen dient hij deze schriftelijk op te zeggen met een opzegtermijn van tenminste 3 maanden. Indien de Distributieovereenkomst niet wordt opgezegd wordt deze telkenmale stilzwijgend verlengd voor een periode van 1 jaar. Opzegging kan schriftelijk gebeuren tegen het einde van de looptijd met in acht name van een opzegtermijn van 3 maanden.
In de brief van 17 mei 2017 schrijft [geïntimeerde] aan de heer [appellante] :
“(…) Graag vraag ik uw aandacht voor het volgende. Helaas heb ik moeten ondervinden dat [Uurwerken] Uurwerken B.V. ( [appellante] ) zich niet aan de bepalingen houdt, zoals overeengekomen in de Distributieovereenkomst d.d. 06 januari 2015 tussen [appellante] en [bedrijf] ( [merk] ). Zo worden er in strijd met in artikel 4.5 van de Distributieovereenkomst door [appellante] niet tijdig Prognoseoverzichten opgesteld en wordt er met de omzetresultaten van 2017 substantieel meer dan 10% negatief van het Prognoseoverzicht 2017, dat na lang overleg uiteindelijk is overeengekomen, afgeweken. Vervolgens wordt geen opvolging gegeven aan mijn verzoeken om samen met [appellante] tot een actieplan te komen waarbij wel weer zal worden voldaan aan het Prognoseoverzicht van 2017. Hierdoor zie ik me helaas genoodzaakt [appellante] overeenkomstig artikel 9.1 van vermelde [appellante] met deze brief in gebreke te stellen. En conform hetzelfde artikel stel ik hierbij een termijn van 14 dagen na datum van deze brief aan [appellante] om een concreet actieplan te overleggen. Indien ik actieplan niet volledig, niet tijdig of niet heb ontvangen zal ik overwegen de Distributieovereenkomst te ontbinden. Ik hoop dat dit niet nodig zal zijn en zie de gevraagde informatie graag tijdig tegemoet.(..)”
“Indien dat is wat u in feite wenst, dan dient u dat klip en klaar aan de orde te stellen; dan zullen partijen zich moeten buigen over de wijze waarop zij uit elkaar gaan.”
“ [appellante] bestrijdt dat sprake is van een tekortkoming die c.q. verzuim harerzijds dat onder de gegeven omstandigheden de (partiële) ontbinding rechtvaardigt. (…)De exclusiviteit is de kern van de overeenkomst. De overige modaliteiten van de overeenkomst kunnen ook niet los worden gekoppeld van de exclusiviteit (…) Door de ontbinding in te roepen voor wat betreft de exclusiviteit, heeft u ipso facto de overeenkomst als geheel aangetast. (..)Het door u inroepen van de ontbinding van een overeenkomst (ook indien dat partieel is) bevrijdt [appellante] evenwel van haar daardoor getroffen verbintenis(sen). Voor zover [appellante] reeds verbintenissen is nagekomen (..) ontstaat voor partijen de zogeheten ongedaanmakingsverbintenis.”In de brief maakt de advocaat van [appellante] namens [appellante] aanspraak op een bedrag van € 592.163,65 (€ 248.000,= voor door [geïntimeerde] terug te nemen voorraad, € 119.163,65 kosten vermarkting, promotie en PR, en € 225.000,=). [geïntimeerde] wordt in de brief verder aansprakelijk gesteld voor de schade die [appellante] lijdt ten gevolge van het verzuim van [geïntimeerde] om de overeenkomst na te komen.
- dat [appellante] tekort is gekomen in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst en dat dit partiële ontbinding van de overeenkomst door [geïntimeerde] per 6 september 2017 rechtvaardigde (r.o. 7.4 vs);
“ [merk] is gerechtigd haar rechten en verplichtingen uit deze Distributieovereenkomst aan een derde over te dragen, waartoe de Distributeur reeds nu voor alsdan haar toestemming verleent. De Distributeur zal voorafgaand aan een overdracht als bedoeld in de eerste zin schriftelijk worden geïnformeerd.”.In de eerste plaats blijkt zonder nadere, door [geïntimeerden] niet gegeven toelichting, uit de bepaling niet dat deze een ruimere strekking zou hebben en niet alleen betrekking heeft op een overdracht van rechten en verplichtingen uit de overeenkomst maar tevens op een overdracht van de rechtsverhouding in haar geheel. Afgezien daarvan erkennen [geïntimeerden] bovendien dat [appellante] over enige contractsoverneming niet schriftelijk is geïnformeerd. [geïntimeerden] stellen wel dat dit geen constitutief vereiste voor contractsoverneming zou zijn maar daarmee miskennen zij dat, gezien het bepaalde in art. 6:159 lid 3 BW Pro jo art. 6:156 lid 1 BW Pro, het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving (ten aanzien van een schuldoverneming / contractsoverneming waaraan de schuldeiser/wederpartij vooraf zijn toestemming/medewerking heeft gegeven) nu juist wel bepalend is voor de overgang van een rechtsverhouding. Tot slot hebben [geïntimeerde] c.s op geen enkele manier laten blijken dat tussen [geïntimeerde] en [de vennootschap 1] op de voet van het bepaalde in art. 6:159 lid 1 BW Pro overdracht van de rechtsverhouding tussen [geïntimeerde] en [appellante] heeft plaatsgevonden. In rechte is niet meer gebleken dan dat de voorheen door [geïntimeerde] als eenmanszaak gedreven onderneming per 28 juni 2018 in [de vennootschap 1] is ingebracht.
‘onverbindelijke’in het opschrift van de bij de overeenkomst gevoegde bijlage 4 (de prognose voor 2015).
alles te doen wat in haar mogelijkheden ligt om aan deze prognose te voldoen.’Een jaarprognose schept, met andere woorden, voor [appellante] geen resultaatsverplichting maar een inspanningsverplichting. Voor een beroep op (partiële) ontbinding van de overeenkomst vanwege een teleurstellende omzet, zal [geïntimeerde] daarom niet kunnen volstaan met een – door [appellante] betwiste - constatering dat een prognose niet is/wordt gehaald. Zij zal daarnaast gemotiveerd dienen te stellen dat en waarom dit aan een verzaking door [appellante] van haar inspanningsverplichting is te wijten. Dat laat onverlet dat, indien een door [appellante] zelf gegeven prognose niet wordt gehaald, het op de weg van [appellante] ligt om te onderzoeken wat daarvan de reden is en te bezien of en wat zij kan doen om tot een verbetering van de tegenvallende resultaten te komen.
“Voor het eerste kwartaal heb ik vandaag de cijfers afgerond. Ik zie een lichte stijging ten opzichte van vorig jaar. Ik verwacht gezien de positieve ontwikkelingen rondom Basel World dat we deze stijging gaan doorzetten. Nogmaals mijn dank voor de stand en presentatie van [merk] by [geïntimeerde] op Basel.”
[geïntimeerde] ([geïntimeerde]
) beweert dat de prognoses niet worden gehaald maar [medewerker geintimeerde] ([medewerker geintimeerde]
) bestrijdt dat vooralsnog. Wanneer de eerste vijf maanden 2017 worden vergeleken en in het achterhoofd wordt gehouden dat de ervaring leert dat in het eerste half jaar minder wordt verkocht dan in het tweede halfjaar, dan zou het uiteindelijk op niveau moeten blijven, (totalen t/m 19 mei 2017 gedeeld door 5 en dan maal veertien omdat verkopen ‘pieken’ in de maanden november/december).”