Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 7878478 19-6217)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven;
- de memorie van antwoord met producties;
- de mondelinge behandeling, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de bij brief, op 21 september 2021 ter griffie ontvangen, door [werkgever] toegezonden producties 12 tot en met 14, die [werkgever] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding heeft gebracht.
3.De beoordeling
eventuele rechten op onvoldoende betaald vakantieloon tot 1 januari 2019’. [werknemer] heeft deze verklaring niet ondertekend en op 11 maart 2019 aan [werkgever] geschreven dat hij geen gebruik wenst te maken van het voorstel, omdat hij een veel groter financieel belang heeft dan het voorgestelde afkoopbedrag van € 750,00.
‘het vereiste van betaling van vakantieloon heeft tot doel, de werknemer tijdens de jaarlijkse vakantie in een situatie te brengen die qua beloning vergelijkbaar is met de situatie tijdens de gewerkte periodes.’Dit heeft geleid tot de beslissing dat de lijnpiloot die de zaak had aangespannen
‘tijdens zijn jaarlijkse vakantie niet alleen recht heeft op behoud van zijn basissalaris maar ook op alle componenten die intrinsiek samenhangen met de taken die hem in zijn arbeidsovereenkomst zijn opgedragen en waarvoor hij in het kader van zijn globale beloning een financiële vergoeding ontvangt(…).’ In een arrest van 22 mei 2014 is dit doel van de loonbetaling tijdens verlof herhaald (ECLI:EU:C:2014:351). In lijn met deze arresten heeft het HvJEU op 13 december 2018 (ECLI:EU:C:2018:1018) geoordeeld dat als overuren structureel zijn, de vergoeding daarvoor moet worden meegeteld bij het bepalen van het vakantieloon, ook wanneer sprake is van gedeeltelijke werkloosheid in de referteperiode. Achtergrond hiervan is steeds dat voorkomen moet worden dat een werknemer zijn jaarlijks betaalde verlof niet opneemt, omdat hij daarvan financieel nadeel ondervindt.
€ 12.442,51 bruto toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder heeft de kantonrechter [werkgever] veroordeeld om een schriftelijke bruto/netto specificatie van de betaling te verstrekken, om buitengerechtelijke incassokosten aan [werknemer] te betalen en [werkgever] veroordeeld in de proceskosten. Het meer of anders gevorderde is afgewezen.
arbeitsvertraglich verpflichtet”), gaat het hof daaraan voorbij. Naar Nederlands recht kunnen (arbeidsrechtelijke) verplichtingen ook voortvloeien uit overige feiten en omstandigheden van het geval.