Conclusie
1.Inleiding en samenvatting
uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting zijn’ zoals bedoeld in het arrest
Hein/Holzkammvan het Hof van Justitie van de EU. [2] M.i. zijn de klachten tevergeefs voorgesteld en houdt het arrest van het hof in cassatie stand.
2.Feiten
- 2013: 594,75 uur;
- 2014: 666,25 uur;
- 2015: 553,50 uur;
- 2016: 441,75 uur;
- 2017: 306 uur;
- 2018: 306 uur.
- 2013: € 191,24;
- 2014: € 294,12;
- 2015: € 220,09;
- 2016: € 92,23;
- 2017: € 104,42;
- 2018: € 20,88.
3.Procesverloop
Williams/British Airwaysvan het Hof van Justitie van de EU, [11] dat gaat over de vraag wanneer toeslagen als ‘gebruikelijk loon’ moeten worden meegenomen in de berekening van het vakantieloon, en uit het arrest
Hein/Holzkammvan eveneens het Hof van Justitie van de EU [12] , dat gaat over de vraag wanneer overuren dienen te worden meegenomen bij de berekening van het vakantieloon (rov. 5.5-5.6). Ten aanzien van het arrest
Hein/Holzkammstelt de kantonrechter vast dat in de Duitse (authentieke) tekst de criteria voor het meenemen van overuren bij de berekening van het vakantieloon strikter zijn geformuleerd dan in de Nederlandse tekst. De kantonrechter zal bij de beoordeling uitgaan van de Nederlandse vertaling, waarin de begrippen ‘vorsehbar’ en ‘gewöhnlich’ zijn samengevoegd in de woorden ‘op regelmatige basis’ (rov. 5.7-5.8).
Williams/British Airways, omdat deze toeslag intrinsiek verbonden is aan het werk van een kraanmachinist en bovendien structureel van karakter is (rov. 5.10-5.11).
Hein/Holzkamm. De kantonrechter overweegt vervolgens dat uit voornoemd arrest volgt dat vergoedingen voor overuren, vanwege het uitzonderlijke en onvoorspelbare karakter ervan, in beginsel geen deel uitmaken van het gewone loon waarop Werknemer tijdens zijn vakantie aanspraak maakt, tenzij: (i) de gemaakte overuren voortvloeien uit een verplichting op grond van de arbeidsovereenkomst; (ii) Werknemer op regelmatige basis overuren maakt; en (iii) de vergoeding van de overuren een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die Werknemer voor zijn beroepsactiviteit ontvangt (rov 5.12). [13]
Williams/British Airwaysen
Hein/Holzkammen dienen ook de overwerkvergoedingen mee te worden gerekend bij het vaststellen van het vakantieloon. Eerst dan komt de kantonrechter toe aan de beoordeling van het geschil over de hoogte van het vakantieloon (rov. 5.17). In afwachting van het door Werknemer te leveren bewijs, wordt iedere verdere beslissing aangehouden (rov. 5.18).
Williams/British Airwaysen
Hein/Holzkamm. Het door Werknemer gevorderde bedrag aan achterstallig vakantieloon dat ziet op de vergoeding voor overuren wordt dan ook afgewezen (rov. 3.5).
Hein/Holzkammen overweegt dat de overuren die Werknemer heeft gewerkt moeten worden meegenomen als aan de drie voor het Hof van Justitie van de EU geformuleerde voorwaarden is voldaan (zie voor de voorwaarden 3.11 hiervoor). Ook het hof betrekt de Duitse formulering van de voorwaarden bij de beoordeling aangezien de Duitse versie van het arrest de authentieke versie is (rov. 5.4-5.5).
Hein/Holzkammnamelijk dat overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ is. Dat Werknemer de vrijheid had om met Mammoet af te spreken dat hij geen of minder overuren (meer) wilde maken, doet niet af aan het feit dat hij op basis van de bestaande (stilzwijgende) afspraken en roosters deze overuren wel maakte (rov. 5.6).
Hein/Holzkammook is voldaan, zodat het oordeel van de kantonrechter niet in stand kan blijven (rov. 5.8-5.10).
Hein/Holzkammarrest volgt dat de door het Hof van Justitie van de EU geformuleerde regels alleen zien op de wettelijke vakantiedagen en dus niet van toepassing zijn op het vakantieloon voor de bovenwettelijke vakantiedagen. Naar het oordeel van het hof biedt art. 7:639 BW Pro geen grond een ander loonbegrip te hanteren voor bovenwettelijke vakantiedagen of om de nietigheid van de cao-bepalingen die daarmee in strijd zijn, te beperken tot alleen de wettelijke vakantiedagen (rov. 5.20).
Williams/British Airwaysarrest ontleende norm alleen van toepassing is bij de beoordeling van de vraag of de toeslagen moeten worden gerekend tot het normale loon. Deze voorwaardelijke grief kan, zo oordeelt het hof, echter niet leiden tot een andere uitkomst omdat het hof bij de beoordeling van de vraag of de overwerkvergoeding tot het normale loon behoort, de in de grief bestreden norm niet heeft toegepast (rov. 5.28).
4.Juridisch kader
Hein/Holzkammvan het Hof van Justitie van de EU.
Hein/Holzkamm(dat dateert van 13 december 2018) nog niet was gewezen.
uren, niet liggend op zaterdag en/of zondag, waarmee de diensttijd van 40 uur in de week wordt overschreden(art. 27 lid 1 cao Pro).
een bijzonder belangrijk beginsel van sociaal recht van de Unie, waarvan niet mag worden afgeweken en waaraan de bevoegde nationale autoriteiten slechts uitvoering mogen geven binnen de grenzen die uitdrukkelijk zijn aangegeven in [de Arbeidstijdenrichtlijn]’. [43] Omtrent de verhouding tussen beide bepalingen heeft het Hof van Justitie van de EU overwogen dat art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn het ‘
grondrecht’op vakantie, neergelegd in art. 31 lid 2 Handvest Pro, ‘
erkent en preciseert’: waar de laatstgenoemde bepaling het recht op vakantie waarborgt, geeft de eerstgenoemde bepaling uitvoering aan dat beginsel door de duur van de jaarlijkse vakantie vast te stellen, aldus het Hof. [44]
TSN-arrest (mijn onderstreping): [47]
de lidstatenom, ten eerste, te beslissen of zij de werknemers al dan niet extra dagen jaarlijkse vakantie met behoud van loon toekennen boven op de bij artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88 gewaarborgde minimumperiode van vier weken en, ten tweede, in voorkomend geval de voorwaarden voor het toekennen en het vervallen van die extra vakantiedagen vast te stellen, waarbij zij in dit verband niet gehouden zijn de beschermingsregels die het Hof met betrekking tot die minimumperiode heeft ontwikkeld, in acht te nemen.”
lidstatenvrijstaat om voor bovenwettelijke vakantieaanspraken afwijkende regels vast te stellen (zie onderstreping in citaat). De Nederlandse wetgever heeft er echter niet voor gekozen om dergelijke afwijkende regels vast te stellen op het gebied van het vakantieloon dat voortvloeit uit art. 7:639 lid 1 BW Pro (zie ook 4.23 hierna).
NS Reizigers) geoordeeld dat van de bepalingen van afdeling 7.10.3 (art. 7:634-7:643 BW) niet ten nadele van de werknemer kan worden afgeweken, tenzij zodanige afwijking bij die bepalingen is toegelaten (art. 7:645 BW Pro). [48] Art. 7:639 BW Pro bepaalt dat de werknemer gedurende zijn vakantie recht op loon behoudt. Met loon wordt daarbij bedoeld het gehele tussen werkgever en werknemer overeengekomen loon. [49] De bepaling maakt voor het recht op loon geen onderscheid tussen de wettelijk voorgeschreven vakantie en bovenwettelijke vakantie. Een dergelijk onderscheid volgt evenmin uit andere bepalingen van afdeling 7.10.3, waarin voor enkele andere onderwerpen wel onderscheid wordt gemaakt tussen wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen.
‘het gehele tussen werkgever en werknemer overeengekomen loon.’ [50] Het ging in dit arrest om de uitleg van art. 1638ii BW (oud), dat bepaalde dat de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst recht heeft op uitbetaling van zijn opgebouwde vakantieaanspraken (thans: art. 7:641 lid 1 BW Pro). De Hoge Raad overwoog dat deze bepaling blijkens de wetsgeschiedenis tot doel heeft de werknemer in staat te stellen bij zijn nieuwe werkgever verlof zonder behoud van loon op te nemen. In de parlementaire geschiedenis is hierover vermeld: [51]
‘gehele tussen werkgever en werknemer overeengekomen loon’,duidt erop dat het begrip ‘loon’ in art. 7:639 lid 1 BW Pro ruim dient te worden uitgelegd.
Robinson-Steeledat art. 7 lid Pro 1 Arbeidstijdenrichtlijn het recht op jaarlijkse vakantie en het recht op betaling uit hoofde daarvan als twee aspecten van één recht behandelt. Het vereiste van betaling van vakantieloon heeft tot doel de werknemer tijdens zijn vakantie in een situatie te brengen die qua beloning vergelijkbaar is met de situatie waarin de werknemer verkeert in periodes waarin hij arbeid verricht. [52] Een werknemer heeft tijdens vakantie dus recht op zijn normale of gebruikelijke loon.
Williams/British Airwaysnader gespecificeerd wat onder het normale of gebruikelijke loon moet worden verstaan. [53] In deze zaak had de Engels rechter prejudiciële vragen gesteld die erop neerkwamen of, en zo ja welke, aanwijzingen uit art. 7 Arbeidstijdenrichtlijn kunnen worden afgeleid ten aanzien van de beloning waarop een lijnpiloot (Williams en collega’s) gedurende zijn jaarlijkse verlof recht heeft. In dit geval bestond het salaris van de lijnpiloten uit verschillende componenten. De lijnpiloten ontvingen naast hun reguliere vaste salaris specifieke premies (een premie voor de tijd die vliegend wordt doorgebracht en een premie voor de duur van de afwezigheid van de standplaats) en de achterliggende vraag was of deze premies ook behoorden tot het vakantieloon.
elke last die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst”. Is daarvan sprake, dan dient de component te worden meegenomen bij de bepaling van het vakantieloon. In het geval van de lijnpiloten is dat bijvoorbeeld de premie die zij ontvangen voor de tijd die zij vliegend doorbrengen. Componenten die daarentegen alleen strekken tot vergoeding van occasionele of bijkomende kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van de taken die werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst, zoals kosten verbonden met de tijd die piloten buiten de standplaats moeten doorbrengen, vormen geen onderdeel van het vakantieloon. Het Hof voegt hier nog aan toe dat ook alle componenten die met het personeels- en beroepsstatuut van de lijnpiloot samenhangen, gedurende de jaarlijkse vakantie met behoud van loon van bedoelde werknemer behouden moeten blijven. [55]
DS/Koch
Lock/British Gas Tradingniet alleen dat ook provisie, vanwege het intrinsieke verband met de uitvoering van de taken die een werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst moet verrichten, onderdeel vormt van het gebruikelijke loon waarop een werknemer tijdens vakantie recht heeft, maar dat ook rekening moet worden gehouden met het uitgestelde financiële nadeel dat de werknemer lijdt omdat hij tijdens zijn vakantie geen provisie genereert. [58] Indien hiermee geen rekening zou worden gehouden, dan zou de negatieve financiële weerslag een werknemer ervan kunnen weerhouden om die vakantie daadwerkelijk te nemen, hetgeen in strijd is met het doel van art. 7 lid1 Arbeidstijdenrichtlijn. [59]
DS/Kochformuleert het Hof van Justitie wederom als uitgangspunt dat “
de prikkels om afstand te doen van vakantierust of om werknemers ertoe te brengen daarvan afstand te doen, onverenigbaar zijn met de doelstellingen van het recht op jaarlijkse vakantie met behoud van loon, die met name verband houden met de noodzaak de werknemer daadwerkelijke rust te garanderen in het belang van een doeltreffende bescherming van zijn veiligheid en gezondheid.” [60] Ook wordt eraan herinnerd, onder verwijzing naar het arrest
Lock/British Gas Trading, dat een werknemer er door een financieel nadeel van kan worden weerhouden om zijn recht op jaarlijkse vakantie uit te oefenen. [61] Vervolgens oordeelt het Hof dat art. 7 lid Pro 1 Arbeidstijdenrichtlijn zich verzet tegen een bepaling in een cao op grond waarvan vakantie-uren niet meetellen om te bepalen of de drempel voor het krijgen van een overwerktoeslag is bereikt. [62]
Hein/Holzkammonder andere de vraag voorgelegd hoe het vakantieloon moet worden bepaald als de vakantie voorafgegaan wordt door een periode van gedeeltelijke werkloosheid, werkonderbrekingen of onvrijwillig verzuim waardoor de werknemer niet daadwerkelijk heeft gewerkt. [63]
Wanneer de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer vergen dat hij op regelmatige basis overuren maakt, en de vergoeding daarvan een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die hij voor zijn beroepsactiviteit ontvangt, moet de vergoeding voor overuren echter worden meegeteld voor het gewone loon waarop hij tijdens de in artikel 7, lid 1, van richtlijn 2003/88 bedoelde jaarlijkse vakantie met behoud van loon recht heeft, zodat hij tijdens zijn vakantie economische voorwaarden geniet die vergelijkbaar zijn met die welke hij tijdens de uitoefening van zijn werk geniet. Het staat aan de verwijzende rechter om te verifiëren of dit in het hoofdgeding het geval is.”
Ist der Arbeitnehmer jedoch arbeitsvertraglich verpflichtet, Überstunden zu leisten, die weitgehend vorhersehbar und gewöhnlich sind und deren Vergütung einen wesentlichen Teil des gesamten Arbeitsentgelts ausmacht, das er in Ausübung seiner Berufstätigkeit erhält, sollte die Vergütung für diese Überstunden in das gewöhnliche Arbeitsentgelt, das aufgrund des in Art. 7 Abs Pro. 1 der Richtlinie 2003/88 vorgesehenen Anspruchs auf bezahlten Jahresurlaub geschuldet wird, einbezogen werden, damit der Arbeitnehmer während dieses Urlaubs in den Genuss wirtschaftlicher Bedingungen kommt, die mit denen vergleichbar sind, die ihm bei Ausübung seiner Arbeit zugutekommen. Es ist Sache des vorlegenden Gerichts, zu prüfen, ob dies im Rahmen des Ausgangsrechtsstreits der Fall ist.”
However, when the obligations arising from the employment contract require the worker to work overtime on a broadly regular and predictable basis, and the corresponding pay constitutes a significant element of the total remunerationthat the worker receives for his professional activity, the pay received for that overtime work should be included in the normal remuneration due under the right to paid annual leave provided for by Article 7(1) of Directive 2003/88, in order that the worker may enjoy, during that leave, economic conditions which are comparable to those that he enjoys when working. It is for the referring court to verify whether that is the case in the main proceedings.”
Toutefois, lorsque les obligations découlant du contrat de travail exigent du travailleur qu’il effectue des heures supplémentaires ayant un caractère largement prévisible et habituel, et dont la rémunération constitue un élément important de la rémunération totaleque le travailleur perçoit dans le cadre de l’exercice de son activité professionnelle, la rémunération reçue pour ces heures supplémentaires devrait être incluse dans la rémunération ordinaire au titre du droit au congé annuel payé prévu à l’article 7, paragraphe 1, de la directive 2003/88, afin que le travailleur jouisse, lors de ce congé, de conditions économiques comparables à celles dont il bénéficie lors de l’exercice de son travail. Il appartient à la juridiction de renvoi de vérifier si tel est le cas dans le cadre du litige au principal.”
Hein/Holzkammis duidelijk is geworden dat onder omstandigheden ook gewerkte overuren dienen te worden meegenomen bij de berekening van het tijdens vakantie door te betalen loon. [68]
Williams/British Airways. Volgens hem verschilt de eis uit
Williams/British Airways, dat elke last die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van die taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst en waarvoor hij een financiële vergoeding ontvangt, moet worden meengenomen in het vakantieloon, niet wezenlijk met de drie cumulatieve voorwaarden uit
Hein/Holzkamm. [69] Feit is echter, zo schrijft hij, dat in de nadien gevoerde procedures doorgaans overuren niet zijn meegenomen in gevorderde nabetalingen van vakantieloon.
uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer’ uit het arrest
Hein/Holzkammmoeten worden begrepen. Dat is ook de vraag die in cassatie voorligt. Eén van de redenen hiervoor is dat de bewoordingen van de Nederlandse (en Duitse en Franse) vertaling van het arrest niet precies dezelfde betekenis lijken te hebben als de originele Duitse tekst (zie onder 4.41-4.46).
Hein/Holzkammvolgt dat, in aanvulling op de maatstaf die is geformuleerd in
Williams/British Airways, sprake moet zijn van een
verplichtingvan de werknemer om overwerk te verrichten.
Hein/Holzkammin feite een overweging ten overvloede was. Hoofdvraag was namelijk of een cao ongunstige(re) uitkomsten van gehanteerde berekeningsgrondslagen voor het vakantieloon met gunstige(re) bepalingen mag compenseren. Het antwoord van het Hof op deze vraag was (anders dan dat van A-G Bobek) ontkennend. [71] Reeds om deze reden ligt het volgens Vos minder voor de hand om aan te nemen dat
Hein/Holzkammaanvullende eisen stelt ten opzichte van
Williams/British Airways. In
Hein/Holzkammwordt ook niet verwezen naar de kernoverweging uit
Williams/British Airways, dat het erom gaat of sprake is van een financiële vergoeding voor ‘een last die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst’ (zie onder 4.30). Volgens Vos is de eis dat het moet gaan om ‘
uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer’, dan ook geen extra eis, maar is daarmee hetzelfde bedoeld als in
Williams/British Airways, namelijk dat het gaat om ‘
de uitvoering van de taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst’.Vos benadrukt het belang van het doel van het meenemen van overuren in het vakantieloon, namelijk dat de werknemer zijn vakantie onder vergelijkbare voorwaarden geniet als gewerkte periodes. Dat doel is tot op heden voor het Hof van Justitie leidend geweest.
bewijzendat hij verplicht is tot het maken van overuren. Dat is in de branche waarom het hier gaat sowieso al een lastige bewijsopdracht (omdat er zeker bij chauffeurswerk doorgaans geen mail- of appverkeer overheen zal gaan), maar het staat ook haaks op de lijn in de rechtspraak van het Hof van Justitie, dat het aan de werkgever is om te bewijzen dat hij de werknemer in staat heeft gesteld vakantie op te nemen. [72]
daadwerkelijkop regelmatige basis zijn uitgevoerd.”
verplichtingaan hen is opgelegd. [74] Volgens Funke is in een situatie als de onderhavige, waarin de werknemer regelmatig overuren maakt, voldaan aan het voorzienbaarheidscriterium (de tweede voorwaarde uit het arrest
Hein/Holzkamm). Als de werknemer bovendien betaald is voor de gemaakte overuren (de derde voorwaarde uit het arrest
Hein/Holzkamm), moet volgens Funke worden geconcludeerd dat de vergoeding voor het overwerk behoort tot het normale loon van de werknemer. Als de werknemer er niet in slaagt te bewijzen dat hij verplicht was over te werken, zou dat tot gevolg hebben dat de werknemer er financieel op achteruit gaat als hij vakantie opneemt en de werknemer er daarom voor zou kunnen kiezen om geen vakantie op te nemen. Dit is in strijd met de bedoeling van de Arbeidstijdenrichtlijn, schrijft Funke.
Williams/British Airways) lijkt voldoende te zijn dat deze uren structureel worden gemaakt en de werkgever daarmee al dan niet uitdrukkelijk heeft ingestemd.
verplichtingtot overwerk volgt (bijvoorbeeld: ‘De werknemer zal op verzoek overwerk verrichten’). Het gaat erom of de verplichtingen die uit de arbeidsovereenkomst volgen, vergen (in de Engelstalige versie: ‘require’) dat op regelmatige basis overuren worden verricht. [76] Ook Schwartz verwijst naar de lijn van
Williams/British Airways, dat moet worden getoetst of de last intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst. Wel werpt Schwartz de vraag op hoe beoordeeld moet worden wanneer aan deze voorwaarde is voldaan. Is het relevant wat de opvatting in het algemeen verkeer is ten aanzien van de functie (‘bij de advocatuur hoort overwerk’)? Of wat in de specifieke onderneming gebruikelijk is (‘je gaat pas naar huis als de klus is geklaard’)? Beide gezichtspunten kunnen waarschijnlijk bij de beoordeling relevant zijn, schrijft Schwartz.
Hein/Holzkammniet zo moeten worden uitgelegd, dat alleen wanneer de werknemer door de werkgever verplicht kan worden om overwerk te verrichten, er grond is om de verrichte overuren mee te nemen bij het vakantieloon. Een dergelijke uitleg is niet te verenigen met de vaste lijn in de rechtspraak van het Hof van Justitie, dat de werknemer bij het opnemen van vakantie financieel in een situatie moet worden gebracht die vergelijkbaar is met de perioden waarin hij gewerkt heeft (zie onder 4.27). In die uitleg zou het zich immers kunnen voordoen dat een werknemer structureel en met instemming van (en zelfs op verzoek van) de werkgever overwerk verricht, hij daarvoor een vergoeding ontvangt die een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die de werknemer voor zijn arbeid ontvangt, maar de vergoeding toch niet in het vakantieloon wordt verdisconteerd,
omdat de werknemer niet een verplichting heeftom overwerk uit te voeren. Die uitkomst is onverenigbaar met de besproken rechtspraak van het Hof van Justitie, dat het vakantieloon ‘een spiegel’ dient te vormen van het normale loon dat de werknemer ontvangt (zie onder 4.27, 4.29-4.30, 4.33, 4.53).
Wanneer de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer vergen dat hij (…) overuren maakt …. Hetzelfde is te lezen in zowel de Engelse vertaling (‘
when the obligations arising from the employment contract require the worker to work overtime…’) als in de Franse vertaling (’
lorsque les obligations découlant du contrat de travail exigent du travailleur qu’il effectue des heures supplémentaires …’).
Hein/Holzkammnagenoeg aan bij het criterium van
Williams/British Airways, dat het moet gaan om een financiële vergoeding voor ‘
elke last die intrinsiek samenhangt met de uitvoering van de taken die de werknemer zijn opgedragen in zijn arbeidsovereenkomst’. Ook hierin wordt het accent immers gelegd op de aard van de werkzaamheden waarvoor een financiële vergoeding wordt verstrekt; deze moeten ‘intrinsiek samenhangen’ met de taken die de werknemer uit hoofde van de arbeidsovereenkomst moet verrichten. Of de werknemer al dan niet verplicht kan worden tot ‘de last’, is niet relevant.
Hein/Holzkamm, als sprake is van (als overwerk uitgevoerde) werkzaamheden die níet gevergd worden door uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen. Of, in de woorden van
Williams/British Airways, om werkzaamheden die níet intrinsiek samenhangen met de uitvoering van taken die de werknemer zijn opgedragen in de arbeidsovereenkomst. Daarbij is te denken aan werkzaamheden die zonder instemming van de werkgever zijn verricht.
uitzonderingop de hoofdregel van
Hein/Holzkamm), dat overuren
níethoeven te worden meegenomen bij het vakantieloon. Dat is alleen anders wanneer de werknemer overuren verricht die, niet alleen op grond van de verplichtingen op grond van de arbeidsovereenkomst van hem worden gevergd, maar die ook‘
weitgehend vorhersehbar und gewöhnlich sind und deren Vergütung einen wesentlichen Teil des gesamten Arbeitsentgelts ausmacht.’In de Nederlandse vertaling: wanneer de werknemer ‘
op regelmatige basis overuren maakt, en de vergoeding daarvan een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die hij voor zijn beroepsactiviteit ontvangt’. Steeds geldt dus óók als vereisten dat het overwerk op regelmatige basis is verricht en dat de vergoeding daarvan een belangrijk onderdeel vormt van de totale vergoeding die de werknemer ontvangt. Dat in de voorliggende zaak aan deze vereisten is voldaan, staat niet ter discussie.
Hein/Holzkamm: vergen de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer dat hij overuren maakt (‘arbeitsvertraglich verpflichtet’)?
uren, niet liggend op zaterdag en/of zondag, waarmee de diensttijd van 40 uur in de week wordt overschreden(art. 27 lid 1 cao Pro, zie ook 4.10 hiervoor).
Hein/Holzkammblijkt dat een verplichting alleen bestaat indien deze schriftelijk is opgenomen in de arbeidsovereenkomst. Naar Nederlands recht kunnen (arbeidsrechtelijke) verplichtingen ook voortvloeien uit overige feiten en omstandigheden van het geval, zo overwoog het hof. In de zaak die daar voor lag was het maken van overuren deel van de bedrijfsvoering van werkgever. Ook door de manier waarop werkgever een planning maakte van de ritten die werknemer dagelijks moest rijden, werd van werknemer gevergd dat hij overuren maakt. Dat werknemer aan de planner mocht doorgeven dat hij geen overuren meer wilde maken was volgens het hof niet van belang. [78]
Hein/Holzkammbedoelde situatie dat het overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ (Duitse taalversie).
Hein/Holzkammwordt als voorwaarde geformuleerd dat het overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ is. De Nederlandse vertaling van het arrest impliceert op dit punt niet een minder strenge maatstaf. Zelfs als juist is dat werknemer de vrijheid had om met werkgever af te spreken dat hij geen of minder overuren (meer) wilde maken, doet dat niet af aan het feit dat hij op basis van de bestaande (stilzwijgende) afspraken en roosters deze overuren wel maakte, zodat sprake is van de in het
Hein/Holzkammbedoelde situatie dat het overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ is.
Hein/Holzkammzo moeten worden begrepen, dat het erom gaat of de werkzaamheden waartoe de werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht is, overwerk vereisen. Het gaat er dus niet om of de werknemer verplicht is om overwerk te verrichten (zie onder 4.58-4.63).
5.Bespreking van het cassatiemiddel
Hein/Holzkammbedoelde situatie dat het overwerk ‘
arbeitsvertraglich verpflichtet’ is, en de daarop gebaseerde conclusie in rov. 5.7, dat is voldaan aan de eis dat het overwerk een uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichting van de kraanmachinisten is, getuigen van een onjuiste rechtsopvatting, althans onbegrijpelijk zijn.
Hein/Holzkammníet zo moeten worden begrepen, dat beslissend is of de werknemer verplicht is om de als overwerk verrichte werkzaamheden te verrichten. Een dergelijke uitleg is niet te verenigen met de vaste lijn in de rechtspraak van het Hof van Justitie, dat de werknemer bij het opnemen van vakantie financieel in een situatie moet worden gebracht die vergelijkbaar is met de perioden waarin hij gewerkt heeft, om te voorkomen dat de werknemer afziet van het opnemen van vakantie omdat hij er dan financieel op achteruit zou gaan (zie onder 4.58).
Wanneer de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer vergen dat hij (…) overuren maakt …’. Hetzelfde is te lezen in de Engelse vertaling (‘
when the obligations arising from the employment contract require the worker to work overtime…’) en in de Franse vertaling (‘
lorsque les obligations découlant du contrat de travail exigent du travailleur qu’il effectue des heures supplémentaires …’) . Deze uitleg is wel in overeenstemming met de vaste lijn in de rechtspraak van het Hof van Justitie, waaronder de uitspraak
Williams/British Airways(zie onder 4.59-4.60).
Hein/Holzkamm, als de werkgever op grond van de arbeidsovereenkomst gerechtigd is het verrichten van overwerk eenzijdig aan de werknemer op te leggen en de werkgever het verrichten ervan ook van de werknemer kan afdwingen, niet gevolgd kan worden.
Hein/Holzkamm, dat de werkzaamheden waartoe Werknemer op grond van de arbeidsovereenkomst verplicht was, overwerk vergen. Als gezegd is niet van belang dat Werknemer niet door Mammoet verplicht kon worden tot het verrichten van overwerk. Hierop stuit de klacht af.
Hein/Holzkammbedoelde situatie dat het overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ is, tevens onvoldoende (begrijpelijk) gemotiveerd is, omdat het hof geen (kenbare) aandacht heeft besteed aan de essentiële stelling van Mammoet dat het op grond van artikel 28 van Pro de toepasselijke cao niet is toegestaan om werknemers van 55 jaar en ouder – zoals Werknemer en Werknemer in zaak 23/00841 – te verplichten overuren te maken, zodat eventuele andersluidende afspraken in (de uitvoering van) de arbeidsovereenkomst nietig zouden zijn. Het hof is (ook) in zoverre dus in zijn motiveringsplicht tekortgeschoten, aldus het subonderdeel.
vrijwilligen in overleg met de planners instemde met het overwerk. Aan het eind van rov. 5.7 overweegt het hof nog dat Werknemer de
vrijheidhad om met Mammoet af te spreken dat hij geen of minder overuren (meer) wilde maken, niet af doet aan het feit dat hij op basis van bestaande (stilzwijgende) afspraken en roosters deze overuren wel maakte. Het hof heeft dus onder ogen gezien dat dat Mammoet oudere werknemers op grond van de cao niet kan verplichten overwerk te verrichten. In de cao staat kennelijk niet – en Mammoet heeft dat ook niet aangevoerd – dat een oudere Werknemer in het geheel geen overwerk mág afspreken of mág verrichten. [95]
Hein/Holzkammbedoelde situatie dat het overwerk ‘arbeitsvertraglich verpflichtet’ is, hetgeen veronderstelt dat werknemers van Mammoet overwerk moeten verrichten, ’s Hofs arrest is aldus innerlijk tegenstrijdig en het hof heeft het tegenbewijsaanbod [98] van Mammoet op ondeugdelijke gronden afgewezen, aldus steeds het onderdeel.
Hein/Holzkamm, dat de uit de arbeidsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen van de werknemer vergen dat hij op regelmatige basis overuren maakt.