ECLI:NL:GHSHE:2021:96
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing tenuitvoerlegging bij tussentijdse ontbinding huurovereenkomst bedrijfsruimte
In deze civiele zaak tussen Beachhotel B.V. en Vastgoed B.V. staat de uitleg van een garantiebeding in een huurovereenkomst van bedrijfsruimte centraal, evenals de gevolgen van een tussentijdse ontbinding van die overeenkomst. Beachhotel had de huurovereenkomst tussentijds ontbonden, wat Vastgoed als ongerechtvaardigd beschouwde en schadevergoeding vorderde. De kantonrechter veroordeelde Beachhotel tot betaling van schadevergoeding en rente.
Beachhotel stelde in hoger beroep een incident tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis in eerste aanleg, omdat zij wilde voorkomen dat Vastgoed al zou executeren voordat het hoger beroep was afgerond. Het hof overwoog dat het uitgangspunt is dat een vonnis uitvoerbaar is, ook tijdens hoger beroep, tenzij zwaarwegende omstandigheden het belang van de veroordeelde zwaarder doen wegen.
Het hof oordeelde dat Beachhotel onvoldoende feiten en omstandigheden had aangevoerd om af te wijken van dit uitgangspunt. De kans van slagen van het hoger beroep bleef buiten beschouwing en er was geen sprake van een kennelijke misslag in het vonnis. Het belang van Vastgoed bij voortzetting van de tenuitvoerlegging woog daarom zwaarder dan het belang van Beachhotel bij schorsing.
De incidentele vordering van Beachhotel werd afgewezen. De beslissing over de proceskosten van het incident werd aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak. De hoofdzaak zelf werd aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en houdt de hoofdzaak aan voor verdere behandeling.