Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
[appellante],
de gemeente,
1.Het verdere verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
nalatigis jegens [appellante] gaat vooraf de vraag of op de gemeente, als eigenaar van het talud dat zich pal naast de woonwagen bevindt, rechtens een verplichting rust om te handelen en zo ja wat de omvang van die verplichting is, alvorens kan worden vastgesteld of die verplichting is geschonden. Dat zou het geval kunnen zijn als komt vast te staan dat het perceel van [appellante] waarop zich haar woonwagen bevindt verzakt (alleen) als gevolg van zwakte c.q. instabiliteit van het naastgelegen, stijl aflopende, talud dat eigendom is van de gemeente. Op [appellante] rust de stelplicht (en de bewijslast) van die rechtsplicht constituerende feiten en omstandigheden. Uit de stukken blijkt, voor zover van belang met betrekking tot het talud het volgende.