In deze zaak staat centraal de eigendom van een strook grond die sinds 1978 door geïntimeerde in gebruik is genomen, terwijl de oorspronkelijke eigenaar erflater was. Geïntimeerde stelt eigenaar te zijn geworden door verkrijgende verjaring, appellanten betwisten dit en vorderen schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat geïntimeerde eigenaar is geworden door verjaring en veroordeelde erflater tot medewerking aan de eigendomsoverdracht. Tevens werd een schadevergoeding aan erflater toegekend wegens onrechtmatige eigendomsverkrijging. In hoger beroep betwistte geïntimeerde de schadevordering en stelde dat de verjaringstermijn reeds was verstreken.
Het hof bevestigt dat het bezit van de strook grond door geïntimeerde vanaf 1995 zodanig openbaar en niet dubbelzinnig was dat erflater de eigendom verloor in 1998 door verkrijgende verjaring. Het onrechtmatig gebruik begon in 1978, waardoor de verjaringstermijn voor de schadevergoeding in 2018 was voltooid. Daarom wijst het hof de schadevordering af en veroordeelt appellanten in de proceskosten van beide instanties.