In deze civiele zaak in hoger beroep tussen Stedin Netbeheer B.V. en een inwoner van Weert staat de omvang van elektriciteitsdiefstal door een hennepkwekerij centraal. Het hof beoordeelde of Stedin voldoende bewijs heeft geleverd dat tussen 10 augustus 2010 en 9 juni 2013 elektriciteit is afgenomen die niet door de meter is geregistreerd.
Na uitgebreid getuigenverhoor en bewijslevering concludeert het hof dat Stedin niet heeft aangetoond dat de hennepkwekerij in die periode heeft gefunctioneerd. De verklaringen van getuigen en rapportages bleken onvoldoende concreet en overtuigend. Wel blijft het hof bij de eerdere bindende beslissing dat in de periode van 9 juni 2013 tot 9 juni 2015 sprake was van elektriciteitsdiefstal ten behoeve van de hennepkwekerij.
Het hof wijst het verzoek van de appellant om terug te komen op deze bindende eindbeslissing af, omdat geen onjuiste juridische of feitelijke grondslag is vastgesteld. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen getuigenkosten draagt. Het vonnis van de rechtbank Limburg wordt bekrachtigd.