Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellante] ,wonende te [woonplaats] ,
1.[geïntimeerde 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[geïntimeerde 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/262992/CV EXPL 19/200)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de rolbeslissing van 11 augustus 2020;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord.
3.De beoordeling
levert[ [persoon B] ]
op grond daarvan aan[ [persoon A] ]
, die bij deze aanvaardt:
op grond daarvan aan[ [persoon B] ]
, die bij deze aanvaardt:
Verkoper staat niet in voor de correcte plaatsing van de erfafscheiding, met name m.b.t. het hekwerk aan de zijde van de belendende woning [adres 1] - [adres 2] . De kadastrale situatie is in deze bepalend.”
Tevens verklaarden de comparanten[hof: [persoon B] en [persoon A] ]
bij deze te vestigen – te eeuwigen dage en om niet – ten laste van het door[ [persoon A] ]
verkregen gedeelte van het perceel [plaats] [perceel 4]
resterend gedeelte van het perceel Beek [sectieletter] [sectienummer 1] ( [adres 3] ) als heersend erf:
Uitgaande van een grond kerend L-element van 1,5 meter hoog en een wanddikte van 0,08 meter. Dit op een voetplaat van 0,78 meter in dezelfde dikte én op die voetplaat een grondkolom van 1,42 meter (…) resulteert, in dit geval, in een maximale wrijving van 57 kN/m.
De huidige situatie biedt, zelfs gemeten vanaf de paaltjes die het Kadaster tijdens de grensconstructie heeft geplaatst, niet dezelfde steun als in de oorspronkelijke situatie. De huidige biedt veel minder steun, waar volgens het grondmechanisch onderzoek door [[Y]] belastingen mogelijk waren van 1 - 6 MPa, ofwel 1000 - 6000 KN/m2.”
Dat staat ook zo op de website van het kadaster”, aldus [appellanten]
ten behoeve van het aan[ [persoon B] ]
resterend gedeelte van het perceel [plaats] [sectieletter] [perceel 5] ( [adres 3] ) als heersend erf”.
ten laste van het door[ [persoon A] ]
verkregen gedeelte van het perceel [plaats] [perceel 4] ( [adres 2] ) als lijdend erf”) kon er naar het oordeel van het hof bij een oplettende lezer niet gauw verwarring over de inhoud van de erfdienstbaarheid ontstaan.
thans aanwezige deur en het raam in de aanbouw en de drie draai-kiepramen”, die het heersend erf mag hebben, houden, onderhouden en zonodig vernieuwen. Naar het oordeel van het hof kan hier alleen maar uit worden afgeleid – met name gezien de toestemming om te vernieuwen – dat het de eigenaar van nr. [adres 3] vrij staat om in het algemeen in ieder geval 4 ramen en een deur te hebben. Dat [geïntimeerden] meer ramen/deuren hebben is gesteld noch gebleken.