Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant] ,
[appellante] ,beiden wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8524274 / CV EXPL 20-2239)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de rolbeslissing van 17 november 2020
- de akte van [appellanten] van 1 december 2020, met producties A1 t/m A3
- de memorie van grieven van 16 februari 2021, met producties A1 en A2
- de memorie van antwoord van 4 mei 2021, met producties 1 t/m 4
- de akte overlegging producties van Bouwservice van 7 maart 2022, met producties 5 t/m 9, welke bij de mondelinge behandeling in het geding zijn gebracht
- de mondelinge behandeling van 21 maart 2022, waarbij partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd.
3.De beoordeling
(…)”
In de 8 dagen ná 17 januari was bovendien in elk geval nog geen sprake van (vermoedens over) gebreken in het werk, zodat een beroep door [appellanten] op opschorting (de onzekerheidsexceptie) op dat moment nog niet aan de orde was.
€ 2.228,-