In deze zaak gaat het om een hoger beroep in een kort geding waarin Smile For Free c.s. verzoekt om schorsing van de tenuitvoerlegging van een vonnis dat hen verbiedt concurrerende activiteiten te ontplooien met de Menoki-app.
De feiten betreffen de ontwikkeling van een foto/video app Brandit door [persoon A] en [appellant 2], gezamenlijk houders van een octrooi. Na conflicten is Smile For Free als bestuurder van Brandit ontslagen. Vervolgens is een verbod opgelegd om concurrerende activiteiten te ontplooien, waarbij gebruik van het gezamenlijke octrooi en knowhow centraal staat.
Het hof overweegt dat de uitvoerbaarheid bij voorraad in het algemeen geldt en dat de belangenafweging moet uitgaan van het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter. Hoewel Smile For Free c.s. stelt dat er geen sprake is van concurrentie en dat het verbod verstrekkende gevolgen heeft, weegt het belang van Brandit om beschermd te worden tegen concurrentie zwaarder.
Het hof oordeelt dat het bestreden vonnis niet berust op een kennelijke misslag en wijst het verzoek tot schorsing af. De beslissing over de proceskosten wordt aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak, die nog niet is genomen.