Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Het geding in eerste aanleg (zaaknummer 8270479, rolnummer CV EXPL 20310)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep met drie grieven;
- de door [appellant] genomen conclusie van eis met zeven grieven, tevens incidentele vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van het beroepen vonnis;
- de beslissing van de rolraadsheer van 23 maart 2021;
- de door Woonpunt genomen memorie van antwoord in het incident;
- de door Woonpunt genomen memorie van antwoord in de hoofdzaak, met een productie.
3.De beoordeling
- Met ingang van 1 maart 2012 heeft Woonpunt de woonruimte aan de [adres] te [plaats] verhuurd aan [appellant] . De huurprijs bedroeg in de tweede helft van 2019 € 489,59 per maand.
- Op 10 juli 2019 heeft de politie naar aanleiding van een hennepmelding het gehuurde bezocht. In het daarvan opgemaakte mutatierapport staat onder meer:
- Bij brief van 15 juli 2019 heeft Woonpunt aan [appellant] meegedeeld dat Woonpunt tot een beëindiging van de huurovereenkomst wil komen. Woonpunt heeft [appellant] in deze brief in de gelegenheid gesteld om de huurovereenkomst zelf vrijwillig op te zeggen. [appellant] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
- [appellant] heeft vervolgens een huurachterstand van meer dan vier maanden laten ontstaan. Ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding (7 januari 2021) bedroeg de huurachterstand over de periode tot en met de maand december 2019 € 2.088,24.
- ontruiming van het gehuurde;
- betaling van € 2.088,24 aan achterstallige huur over de periode tot en met december 2019;
- betaling van € 489,50 per maand vanaf 1 januari 2020 tot het moment dat [appellant] de woning aan Woonpunt heeft opgeleverd, waarbij een gedeelte van een maand voor een hele maand wordt gerekend;
- toekenning van een terme de grâce van in ieder geval een maand aan [appellant] , waarbinnen hij de huurachterstand kan inlopen;
- veroordeling van Woonpunt tot herstel van de gebreken aan het gehuurde pand, waaronder de gebreken die zijn opgesomd in het petitum van de conclusie van repliek in reconventie, tevens houdende wijziging van eis in reconventie, op straffe van verbeurte van een dwangsom;
- In het gehuurde is met een bedrijfsmatig karakter hennep geteeld (rov. 4.1).
- Zelf als uitgegaan wordt van de stelling van [appellant] dat hij niets te maken had met de hennepkwekerij, heeft hij gehandeld in strijd met de verplichting om zich als een goed huurder te gedragen. Hij heeft dan immers langere tijd geen toezicht uitgeoefend op het gehuurde. Dat een hennepkwekerij aanwezig is geweest, is voorts in strijd met de verplichting om het gehuurde te gebruiken overeenkomstig de woonbestemming. Deze tekortkomingen rechtvaardigen in beginsel de ontbinding van de huurovereenkomst (rov. 4.2).
- Bovendien bestaat er een aanzienlijke huurachterstand. De huurachterstand bedroeg ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding ruim vier maanden. Een huurachterstand van die omvang rechtvaardigt in het algemeen op zichzelf de ontbinding van de huurovereenkomst (rov. 4.3).
- De ontbinding van de huurovereenkomst is gerechtvaardigd waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de ernst van de tekortkoming aangaande de hennepkwekerij. Als [appellant] daar al niet bij betrokken was, heeft hij in ieder geval onvoldoende toezicht gehouden op het gehuurde. De tekortkoming ter zake het betalen van de huur is op zichzelf ook voldoende ernstig. Het belang van [appellant] om in het gehuurde te kunnen blijven, legt hiertegenover onvoldoende gewicht in de schaal (rov. 4.4.1).
- De coronacrisis staat in dit geval niet in de weg aan een voordeling tot ontruiming van het gehuurde rov. 4.4.2).
- Voor het toekennen van een terme de grâce is geen aanleiding aanwezig. De huurachterstand is gedurende deze procedure alleen maar opgelopen (rov. 4.6).
- De geldvordering (ter zake huur) is niet betwist en is toewijsbaar (rov. 4.7).
- De vordering in reconventie is niet toewijsbaar (rov. 4.10).
- de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan de [adres] te [plaats] ontbonden;
- [appellant] veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Woonpunt te stellen;
- [appellant] veroordeeld om aan Woonpunt te betalen € 2.088,24 alsmede te betalen € 489,59 per maand of gedeelte van een maand, ingaande januari 2020 tot aan het tijdstip van de ontruiming;
- [appellant] in de proceskosten van het geding in conventie veroordeeld.
:
- het alsnog afwijzen van de vorderingen van Woonpunt in conventie;
- het alsnog toewijzen van de vorderingen van [appellant] in reconventie;
- Uit de e-mail van de politie van 10 juli 2019 blijkt dat er ten aanzien van het gehuurde een hennepmelding is geweest (kennelijk van enige tijd voor 10 juli 2019) die er uiteindelijk toe heeft geleid dat de politie de woning op 10 juli 2019 heeft onderzocht.
- Er is vóór 10 juli 2019 ook een netwerkmeting uitgevoerd. Die melding was positief (hetgeen wil zeggen dat een bovenmatig stroomverbruik is vastgesteld).
- In een slaapkamer stonden nog 2 (niet aangesloten) koolstoffilters en diverse potten met aarde en resten (blad- en topresten). Volgens de politie was hier duidelijk een kwekerij geweest. De politie heeft in dit verband in haar e-mail van 10 juli 2019 ook gewezen op gemaakte foto’s. De kantonrechter heeft in rov. 4.1 van het vonnis overwogen dat op de foto’s te zien is dat er hennepresidu is aangetroffen in de kweekpotten.
- In het mutatierapport van de politie van 10 juli 2019 is omschreven dat ook het tuinhuisje vol lag met buizen en afval zoals aarde.
- Op 10 juli 2019 was nog steeds sprake was van een illegale, gevaarlijke stroomaansluiting. Enexis heeft deze situatie ongedaan gemaakt.
- De politie heeft op grond van de aangetroffen situatie geconcludeerd dat in ieder geval duidelijk is dat gedurende langere tijd een hennepkwekerij in werking is geweest in het gehuurde, die pas recentelijk is opgeruimd.
- de realisatie van de illegale stroomaftakking, die op de voet van artikel 7:219 BW Pro aan [appellant] moet worden toegerekend;
- De aanwezigheid van een hennepkwekerij in het gehuurde gedurende enige tijd voor 10 juli 2019, hetgeen op de voet van de maatstaf van HR 22 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8743, NJ 2008, 352, als een tekortkoming van [appellant] moet worden gekwalificeerd.
- [appellant] is tekortgeschoten in de nakoming van de huurovereenkomst door een aanzienlijke huurachterstand te laten ontstaan en gedurende langere tijd te laten voortbestaan. Reeds deze tekortkoming rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst.
- De realisatie van de illegale stroomaftakking in het gehuurde moet op de voet van artikel 7:219 BW Pro als tekortkoming aan [appellant] worden toegerekend. Indien deze tekortkoming wordt bezien in samenhang met de huurachterstand, is ontbinding van de huurovereenkomst eens te meer gerechtvaardigd.
- [appellant] heeft onvoldoende weersproken dat in de periode voor 10 juli 2019 gedurende enige tijd (8 tot 10 weken) een hennepkwekerij in het gehuurde aanwezig is geweest. Als [appellant] hiervan niet op de hoogte is geweest, heeft hij in elk geval onvoldoende toezicht en controle uitgeoefend op wat zich in het gehuurde afspeelde. Dit moet op de voet van de maatstaf van HR 22 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:AZ8743, NJ 2008, 352, als een tekortkoming van [appellant] moet worden gekwalificeerd. Dit vormt een extra reden op grond waarvan ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is.