Uitspraak
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH
[appellant],
[appellante],
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak staat de bestuurdersaansprakelijkheid centraal, waarbij het hof oordeelt dat de stelling dat er voldoende middelen waren om de vordering te voldoen onvoldoende is betwist. De zaak betreft hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Limburg.
Het hof neemt het procesverloop en eerdere arresten over en constateert dat de geïntimeerde tevens een grief heeft geformuleerd tegen het vonnis van 28 juli 2021. Het hof geeft de appellanten de gelegenheid om een memorie van antwoord in incidenteel appel in te dienen.
De zaak wordt verwezen naar de rol van 5 juli 2022 voor verdere behandeling, waarbij het hof iedere verdere beslissing aanhoudt. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 7 juni 2022.
Uitkomst: De zaak is verwezen naar de rol van 5 juli 2022 voor memorie van antwoord in incidenteel appel en verdere beslissing is aangehouden.