Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag BPM voor elf personenauto’s. De inspecteur had de aanslag opgelegd na afwijkingen van de door belanghebbende gebruikte koerslijsten en afschrijvingsmethoden. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en de naheffing verminderd.
In hoger beroep stelde belanghebbende onder meer dat de herleidingmethode toegepast kon worden, dat hogere nieuwprijzen gehanteerd moesten worden, en dat correcties op koerslijsten vanwege parallelle invoer moesten worden toegestaan. Het hof verwierp de herleidingmethode als niet wettelijk toegestaan en bevestigde dat de nieuwprijzen slechts konden worden vastgesteld op basis van toegestane koerslijsten. Het hof oordeelde dat correcties op koerslijsten niet mogen worden toegepast indien de lijst deze mogelijkheid niet biedt.
Het hof achtte het beroep gegrond voor auto’s 1, 2 en 4, waarbij het de naheffing voor auto’s 1 en 2 verminderde op basis van de koerslijst van XRay en voor auto 4 vanwege een rekenfout van de rechtbank. Voor de overige auto’s werd het beroep ongegrond verklaard. Het hof veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De naheffingsaanslag werd verminderd tot €5800.