Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 20 oktober 2020 waarbij het hof een mondelinge behandeling na aanbrengen heeft gelast;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 18 december 2020;
- de memorie van grieven met producties twee tot en met vijf;
- de memorie van antwoord met twee producties;
- het door de advocaat van [appellant] toegezonden H12-formulier van 13 mei 2022 met daarbij twee producties;
- het door de advocaat van [appellant] toegezonden H12-formulier van 16 mei 2022 met daarbij bijlage 3;
- de door de griffier gemaakte aantekeningen van de op 23 mei 2022 gehouden mondelinge behandeling.
6.De beoordeling
Op 30 januari 2019 werd er via Meld Misdaad Anoniem een melding gedaan dat de bewoner van [adres 1] te [plaats] zou dealen in drugs. Deze bewoner zou al geruime tijd drugs dealen. Er zouden met grote regelmaat afnemers aan de deur komen bij genoemd adres. Tevens zou de bewoner van dit adres de drugs en het daarmee verdiende geld bewaren in de woning van zijn moeder, gelegen aan de [adres 2] te [plaats] .
- Patroonhouder (voor munitie)
- Imitatiewapen: een op een vuurwapen gelijkend wapen
- Twee patronen (9 millimeter)
- Geldbedrag: 20 briefjes van 50 euro, 59 briefjes van 20 euro, 17 briefjes van 10 euro
- Geldbedrag: 10 briefjes van 50 euro
- Busje pepperspray
- Twee boksbeugels;
- Een groot imitatie wapen, een op een AK-47 gelijkend wapen.
Een groot mes met daarop wit poeder. Dit poeder is onderworpen aan een indicatieve test waarbij de uitslag positief was op Cocaïne.
In een plasticzakje, achter de verwarming, 11 ponypacks met daarin vermoedelijk Cocaïne. Nettogewicht betreft 14 gram. Deze drugs is onderworpen aan een indicatieve test waarbij de uitslag positief was op Cocaïne;
- Op de eettafel stond een groene rugtas. In deze rugtas zat onder andere een molen welke gebruikt wordt voor het vervaardigen van harddrugs. In deze molen werden drugsresten aangetroffen welke indicatief positief getest zijn op cocaïne. Tevens werden in deze rugtas diverse potjes met versnijdingsmiddel aangetroffen. Het nettogewicht van het versnijdingsmiddel betreft 430 gram.
- Apparaat welke gebruikt wordt om cocaïne te versnijden.
- 3 ponypacks met daarin totaal netto 3 gram cocaïne. Deze drugs is indicatief positief getest op cocaïne.
Naar aanleiding van deze melding heeft de politie op twee verschillende dagen de woning aan de [adres 1] en de woning aan de [adres 2] te [plaats] geobserveerd. Tijdens de eerste observatie op 31 mei 2019 wordt door de politie gezien dat de bewoner van de woning aan de [adres 1] te [plaats] naar binnen gaat bij de woning aan [adres 2] te [plaats] en vervolgens weer met een klein goed in zijn hand naar buiten komt. Door de politie wordt op verschillende tijdstippen waargenomen dat er verschillende personen bij de woning aan [adres 1] te [plaats] aanbellen, naar binnen gaan en na ongeveer één minuut weer naar buiten komen.
“(…) dat zijn moeder, verdachte [naam] niets te maken heeft met de aangetroffen goederen. Hij verklaarde dat hij eigenaar is van alle aangetroffen goederen (…)”. Het hof hecht geen geloof aan de ter zitting van het hof op 23 mei 2022 door [appellant] gedane mededeling dat de rugzak met attributen was van de persoon van wie hij de cocaïne had gekocht en dat die persoon was vergeten om de rugzak met alle drugs gerelateerde attributen weer mee te nemen. [appellant] heeft aan deze verklaring geen enkele feitelijke invulling gegeven (bijvoorbeeld over de identiteit van de betreffende persoon) en heeft bovendien geen aannemelijke verklaring voor het gegeven dat hij tegenover de politie meteen heeft erkend dat hij zelf de eigenaar van alle aangetroffen voorwerpen was.