Belanghebbende maakte bezwaar tegen twee naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd door de inspecteur. Na behandeling bij de rechtbank werden de beroepen gedeeltelijk ongegrond en gedeeltelijk gegrond verklaard. Belanghebbende stelde hiertegen hoger beroep in bij het gerechtshof.
Het hof oordeelde dat het hoger beroepschrift te laat was ingediend, omdat het volgens de poststempel pas op 10 november 2020 ter post was gedaan, terwijl de termijn tot 9 november liep. Belanghebbende slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het stuk eerder was verzonden. Ook de door belanghebbende aangevoerde omstandigheden, zoals leeftijd en stress, waren onvoldoende om het verzuim te verontschuldigen.
Daarmee waren de hoger beroepen niet-ontvankelijk en hoefde het hof de inhoudelijke geschillen niet te beoordelen. Het hof wees ook een proceskostenveroordeling af en zag geen reden het griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 13 juli 2022.