Deze zaak betreft een internationale koopovereenkomst tussen ANI en een partij uit Hong Kong voor de levering van een tweedehands graafmachine. De koper stelt dat ANI niet de overeengekomen machine heeft geleverd, maar een ouder model dat minder waard is, en heeft de koop ontbonden. De rechtbank heeft de ontbinding en schadevergoeding toegewezen, welke beslissing het hof grotendeels bekrachtigt.
Het hof bevestigt de Nederlandse rechter als exclusief bevoegd en het toepasselijk recht als Nederlands recht in combinatie met het Weens Koopverdrag. Het hof oordeelt dat ANI een wezenlijke tekortkoming heeft begaan door een andere graafmachine te leveren dan overeengekomen, wat ontbinding rechtvaardigt. De door de koper overgelegde foto's tonen duidelijk het verschil aan, ondanks het gelijke chassisnummer.
Verder wijst het hof de door ANI bestreden onkosten en winst af wegens onvoldoende onderbouwing. De verkoopopbrengst van de geleverde machine wordt erkend op €26.352,00. ANI wordt veroordeeld tot betaling van €40.898,00 aan schadevergoeding en in de proceskosten van hoger beroep. De advocaat van ANI heeft zich onttrokken, waardoor ANI niet meer kon reageren op nieuwe stukken.