ECLI:NL:GHSHE:2022:2774
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging informatiebeschikking inzake niet opgegeven Zwitserse bankrekeningen voor belastingjaren 2008-2014
Belanghebbende en zijn broer hadden in de jaren 2008 tot en met 2014 bankrekeningen bij UBS in Zwitserland die niet in hun belastingaangiften waren vermeld. De Inspecteur heeft op grond van artikel 52a AWR een informatiebeschikking opgelegd om relevante gegevens, zoals mutaties op de rekeningen, contante opnamen, en documenten over een voorgenomen Zwitserse onderneming, te verkrijgen.
Belanghebbende heeft niet alle gevraagde informatie verstrekt, onder meer omdat stukken niet meer beschikbaar zouden zijn door inbeslagname en tijdsverloop. De Rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en een termijn gesteld om alsnog te voldoen. Belanghebbende stelde in hoger beroep dat hij niet kon voldoen vanwege omstandigheden buiten zijn macht.
Het Hof oordeelt dat de Inspecteur terecht de informatiebeschikking heeft opgelegd. De gevraagde gegevens zijn van belang voor de juiste belastingheffing. Het niet verstrekken van de informatie ligt in de risicosfeer van belanghebbende. Ook het argument dat de Inspecteur al informatie van de Zwitserse autoriteiten heeft ontvangen, ontslaat belanghebbende niet van zijn verplichtingen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de informatiebeschikking en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond wegens het niet verstrekken van relevante informatie over buitenlandse bankrekeningen.