De heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg legde aan belanghebbende een naheffingsaanslag parkeerbelasting op omdat zij op 7 november 2019 parkeerde zonder te betalen. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde zij hoger beroep in bij het hof.
Belanghebbende voerde aan dat zij geen bebording over betaald parkeren had gezien en dat zij eerder gratis kon parkeren op die plek. Het hof oordeelde dat de aanwezige bebording op de kruising van de Veldhovenring en de Theresiastraat duidelijk aangaf dat betaald parkeren van toepassing was en dat het niet waarnemen van de borden voor haar rekening en risico kwam. Het eerdere gratis parkeren was geen reden om de naheffingsaanslag te vernietigen, omdat gemeenten vrij zijn hun parkeerbeleid te wijzigen.
Daarnaast stelde belanghebbende dat zij de rechtbankzitting niet kon bijwonen vanwege het ontbreken van parkeergelegenheid bij de rechtbank, maar het hof oordeelde dat de rechtbank niet verplicht is parkeerplaatsen te regelen voor bezoekers. Het verzoek om uitstel van betaling tot onherroepelijkheid van de naheffingsaanslag werd afgewezen. Het hof wees ook het verzoek om vergoeding van schade af omdat de aanslag niet onrechtmatig was.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond, bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.