Partijen, Aabo Trading B.V. en Schoorsteenveegbedrijf en Dakbedekkingen B.V., hadden meerdere koopovereenkomsten waarbij Aabo dakrollen leverde. [Geïntimeerde] betaalde vijf facturen niet en stelde een tegenvordering in wegens een vermeende toezegging van gratis levering van 600 m2 dakrollen vanwege klachten van een klant.
De kantonrechter had in eerste aanleg geoordeeld dat [geïntimeerde] voldoende bewijs had geleverd voor de toezegging en daarom de vordering van Aabo afgewezen op grond van verrekening. In hoger beroep stelde Aabo dat het beroep op verrekening onjuist was gekwalificeerd en dat de bewijswaardering onjuist was.
Het hof oordeelde dat het verweer van [geïntimeerde] als een beroep op verrekening kon worden aangemerkt, maar dat de bewijsvoering onvoldoende was. De getuigenverklaring van [persoon A] werd niet geloofwaardig geacht vanwege tegenstrijdigheden en ontkrachtende verklaringen van andere getuigen. Het bewijs voor de toezegging van gratis dakrollen was onvoldoende en het beroep op verrekening werd verworpen.
Daarmee werd de vordering van Aabo alsnog toegewezen, inclusief betaling van de onbetaalde facturen, contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten. [Geïntimeerde] werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak het arrest uit op 25 oktober 2022.