Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak over vervolgingskosten van de Belastingdienst, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de wettelijke termijn was voldaan.
Belanghebbende kwam hiertegen in verzet en stelde onder meer dat de raadsheer die de uitspraak deed niet correct was beëdigd, maar dit verweer faalde op grond van een recent arrest van de Hoge Raad.
De gemachtigde van belanghebbende had de nota griffierecht bewust onbetaald gelaten en de herinnering doorgestuurd naar belanghebbende, die het griffierecht niet betaalde. Het hof oordeelde dat belanghebbende terecht in verzuim was en dat het verzet ongegrond is.
Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd. De uitspraak werd gedaan door het hof te 's-Hertogenbosch op 9 november 2022 en partijen werden hiervan in kennis gesteld.