ECLI:NL:HR:2022:1509
Hoge Raad
- Cassatie in het belang der wet
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geldigheid beëdiging raadsheren ondanks onvolkomenheden formulier
In deze zaak stond centraal of uitspraken van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch vernietigd moeten worden vanwege onvolkomenheden bij de beëdiging van raadsheren en raadsheren-plaatsvervangers. Deze onvolkomenheden bestonden uit het gebruik van een eedformulier bestemd voor rijksambtenaren in plaats van het juiste formulier voor rechterlijke ambtenaren.
De Procureur-Generaal stelde cassatie in het belang der wet in tegen het arrest van het hof dat een hogere vergoeding toekende aan belanghebbende. Het hof had het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het ging om immateriële schadevergoeding.
De Hoge Raad oordeelde dat het gebruik van het verkeerde eedformulier bij beëdiging geen reden is om de uitspraak te vernietigen. Dit oordeel is gebaseerd op een eerder arrest (ECLI:NL:HR:2022:1438) waarin de Hoge Raad de geldigheid van beëdiging ondanks dergelijke onvolkomenheden bevestigde. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de rechtsgeldigheid van de uitspraken van het hof.
De uitspraak benadrukt dat de formele onvolkomenheid bij de beëdiging niet leidt tot nietigheid van de rechterlijke beslissing, mede omdat de procedure inmiddels is aangepast om herhaling te voorkomen. Dit arrest draagt bij aan rechtszekerheid en bevestigt de geldigheid van rechterlijke uitspraken ondanks procedurele fouten bij beëdiging.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat de onvolkomenheden bij de beëdiging geen vernietiging van de uitspraak rechtvaardigen.