ECLI:NL:GHSHE:2022:4097
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen raadsheren wegens vermeende vooringenomenheid
De wrakingskamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch behandelde een wrakingsverzoek van een verdachte tegen de raadsheren die zijn zaak behandelden. Verzoeker stelde dat de beslissing tot aanhouding van de strafzaak en de motivering daarvan blijk gaven van vooringenomenheid ten gunste van de benadeelde partij.
De wrakingskamer oordeelde dat een procesbeslissing zoals de aanhouding van de zaak geen grond kan vormen voor wraking en dat het vermoeden van onpartijdigheid van de rechters slechts kan worden doorbroken door uitzonderlijke omstandigheden. De motivering van het hof om de zaak aan te houden, gericht op het waarborgen van de aanwezigheid van de benadeelde partij, werd niet als vooringenomen beschouwd.
Ook het vermeende besloten beraad tussen het hof en de advocaat-generaal werd niet bevestigd door het proces-verbaal. De wrakingskamer concludeerde dat noch de beslissing, noch de motivering, noch de combinatie daarvan een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert.
Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen en het proces in de hoofdzaak werd voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek. Tevens werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard voor zover het namens de raadsman van verzoeker was ingediend.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de raadsheren wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.