Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.[appellant 1] ,wonende te [woonplaats] ,
[appellant 2] ,wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/318107 / HA ZA 17-141)
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties;
- de memorie van antwoord met producties;
- de akte van depot;
- de mondelinge behandeling op 27 september 2022, waarbij beide partijen spreekaantekeningen hebben overgelegd;
- de door [appellanten] bij de mondelinge behandeling bij akte in het geding gebrachte productie 59.
3.De beoordeling
Kamerstukken II16631, 6, p. 3). Hierbij is het niet de bedoeling bestuurders te straffen voor onopzettelijke domheden en beleidsfouten. Door het woord ‘kennelijk’ wordt uitgedrukt dat slechts een in het oog springende, bij wijze van spreken elke twijfel uitsluitende onbehoorlijkheid van de taakvervulling in aanmerking moet worden genomen (MvA,
Kamerstukken II16631, 6, p. 21) De bestuurders moeten hebben gehandeld met de (objectieve) wetenschap dat de schuldeisers zullen worden benadeeld (
Handelingen II1984/85, 16631, p. 6337).
de aankoop van de benodigde winkelvoorraden” en “
DE werkvoorraad” en naar het laatste concept van de aandeelhoudersovereenkomst tussen – kort gezegd – een [appellanten] -vennootschap en Mansana . Hierin staat:
toch de financiering onder voorwaarden van de inkopen voor HOS NL B.V. te doen”. Uiteindelijk heeft ook deze financiering geen doorgang gevonden.
Betalingstermijn schoenencrediteuren
condities leveranciers” blijken geen verlengde betalingstermijnen. In dit schema staan per leverancier relevante gegevens vermeld, waaronder de betalingscondities. Voorts is van belang dat uit de getuigenverklaring van [persoon A] (managing director van HOS oud en tot maart 2014 algemeen directeur van HOS c.s.) en de schriftelijke verklaring van [persoon C] (bij HOS oud en in 2013 bij HOS c.s. werkzaam als inkoopassistente), volgt dat zij niet op de hoogte waren van afspraken met schoenenleveranciers over verlengde betalingstermijnen. Volgens [appellanten] waren [persoon A] en [persoon C] niet betrokken bij het maken van betalingsafspraken met de schoenenleveranciers en is het daarom logisch dat zij van deze afspraken niet op de hoogte waren. Het hof volgt [appellanten] hierin niet. Gezien hun functie zou het juist wel voor de hand liggen dat zij van de afspraken over verlenging van de betalingstermijnen op de hoogte waren. [persoon A] was immers algemeen directeur van HOS c.s. en [persoon C] was, zo volgt uit haar schriftelijke verklaring, belast met het versturen van orders aan leveranciers waarop zij de geldende betalingstermijn vermeldde en waarbij zij zich baseerde op het hiervoor genoemde schema ‘
condities leveranciers’.
Vader en zoon [appellanten] hebben ieder voor zich of samen de leveranciers bezocht. Daaruit kwam naar voren dat het merendeel van de leveranciers geneigd was om de betalingstermijn behoorlijk op te rekken, soms zelfs tot 180 dagen. U vraagt mij hoe ik dat weet. Ik heb daarvan mailtjes en bevestigingen gezien en ik heb dat toen ter tijd ook begrepen van [appellanten] senior. Dit is gebruikt als basis voor de liquiditeitsbegrotingen. In februari/maart 2013 is definitief duidelijk geworden op basis van onze berekeningen dat het zo absoluut kon. U vraagt mij wat nou de betalingstermijn werd. In het merendeel van de gevallen lag dat rond de 120 dagen. In een enkel geval was het ook meer, maar sommige leveranciers eisten dat er sneller werd betaald of dat er gedeeltelijk een voorschot werd voldaan. Met die laatste leveranciers werd alleen zaken gedaan als ze essentieel waren voor de doorstart. Het oprekken van de betalingstermijn bleek niet uit de facturen die werden gestuurd. Daarop stonden vaak de standaardcondities, maar feitelijk werd wel gehandeld overeenkomstig de verlengde betalingsafspraken. Op basis van de met de leveranciers gemaakte opgerekte betalingsafspraken zijn liquiditeitsplanningen gemaakt. Het was niet zo dat alles pas rond die 120 dagen werd betaald of dat dat de basis was van die liquiditeitsplanningen. De meeste leveranciers stonden erop dat er regelmatig wat geld binnen kwam en dat betekende dat er rekening mee moest worden gehouden dat na het verstrijken van de normale gebruikelijke betalingstermijn al iets voldaan moest worden. Dat moest komen uit de cashflow. Eerst moesten de lonen en de kosten crediteuren worden voldaan en als er nog geld resteerde konden daaruit de leveranciers worden betaald. U moet in dat verband met begrijpen dat de groep HOS in feite ook financierde door bijvoorbeeld de huren te betalen en die niet meteen door te belasten. In feite financierde de groep HOS dus via de rekening-courant. U vraagt mij of er wel betaald werd volgens een vast ritme, of althans daarmee rekening werd gehouden in de liquiditeitsplanning. Voor zover ik weet is met de meeste leveranciers niet afgesproken dat volgens een vast ritme moest worden betaald. Er werd wel wekelijks iets betaald aan de leveranciers, waarmee de oudste facturen als eerste werden voldaan. De planning was er ook op gebaseerd dat de leveranties gefaseerd binnenkwamen. Een bestelling werd dus nooit in een keer geleverd, want dan begint de betalingstermijn ook voor het geheel meteen te lopen. Er werd zoveel afgenomen als op dat moment redelijkerwijs nodig was voor een redelijke bevoorrading van de winkels.”
De gang van zaken was dat ik de omzetprognoses, balansprognoses, inkoopplannen en cashstroomplanningen maakte […] In samenspraak met [persoon B] en [appellanten] moesten natuurlijk eerst de uitgangspunten worden vastgesteld. In het begin was [persoon A] daar ook bij betrokken. […] Ik bedoel daarmee dat moest worden bekeken en ook is bekeken welke omzet naar verwachting behaald kon worden, wat de te verwachten kosten zouden zijn, welke marge er overbleef en welke cashstroom er dus was en kon worden benut om schulden te betalen. Aan de hand van wat wij daarover bespraken, heb ik die stukken ook feitelijk gemaakt. Onderdeel daarvan was de betaling van de crediteuren en wat ik noem de afbouwplanning van die betalingen. […] In zo’n plan stond niet per leverancier welke betalingsafspraken er precies waren gemaakt. Het ging om algemene uitgangspunten, die natuurlijk wel hun basis moesten vinden in afspraken met de crediteuren.[…]”
de (verwachte) openingsbalans en begroting 2013 van (de nieuw op te richten) ‘ House of Shoes BV’” heeft opgevraagd. Uit de door Euler Hermes aan de curator toegezonden documenten blijkt dat Euler Hermes een openingsbalans van HOS NL met daarin de door Bos Groep toegezegde financiering van € 1.750.000,- heeft ontvangen. Gesteld noch gebleken is dat [appellanten] Euler Hermes hebben geïnformeerd over het afhaken van de Bos Groep en het feit dat de toegezegde financiering van € 1.750.000,- niet is verstrekt. Het is naar het oordeel van het hof maar de vraag of de kredietverzekeraars de kredietlimiet wel zouden hebben afgegeven of gehandhaafd indien zij hiervan op de hoogte waren.
De lening van [R Holding B.V] van € 750.000,-
Rekening-courant groepsvennootschappen en het voorschieten van kosten
onder andere voortgevloeid uit door of aan HOS c.s. verstrekte leningen, ten behoeve van genoemde vennootschappen voorgeschoten gelden en gedane betalingen, schuldovernemingen”. Hierbij komt dat in de overeenkomsten ook staat dat aan het einde van ieder kalenderjaar de onderliggende rekening-courantverhoudingen en schulden tussen de diverse vennootschappen worden gesaneerd. Uit deze overeenkomsten volgt dus niet dat aan HOS c.s. door de groepsvennootschappen een krediet op afroep ter beschikking werd gesteld, dat door HOS c.s. naar believen en op structurele wijze kon worden gebruikt om haar schuldeisers te betalen.
In 2012 bedraagt de omzetdaling in de fysieke winkels ad 13,7%. Als het gevolg van liquiditeitsproblemen waren de voorraden niet toereikend. De omzetdaling is voor circa 10% te wijten aan een structureel te laag voorraadniveau.”
In 2013 was wat mij betreft de kern dat de omzet die was geprognosticeerd niet kon worden gehaald, omdat er simpelweg te weinig werd ingekocht. Dat betekende dat de onderneming daarom ook niet winstgevend kon zijn.”