Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- de zijdens [appellant] uitgebrachte appeldagvaarding;
- de memorie van grieven van [appellant] met producties;
- de memorie van antwoord tevens houdende incidenteel appel van [geïntimeerde] met producties;
- memorie van antwoord in incident (het hof begrijpt: in het incidenteel appel) tevens houdende incidentele vorderingen ex art. 351/360 lid 2 en art. 235 Rv Pro met productie;
- memorie van antwoord in het incident ex artikel 351/360 lid 2 en art. 235 Rv Pro met productie;
- het tussenarrest van 13 oktober 2020 waarin het hof afwijzend heeft beslist op de incidentele vordering van [appellant] tot primair schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis van 10 april 2019 (artikel 351/360 lid 2 Rv) en subsidiair zekerheidstelling (artikel 235 Rv Pro) onder aanhouding van de beslissing over de proceskosten tot aan de einduitspraak;
- het pleidooi in hoger beroep op 9 november 2021, waarbij de advocaten de standpunten van partijen hebben toegelicht, waarvan mr Pluymen aan de hand van door haar ter gelegenheid van het pleidooi overgelegde spreekaantekening.
6.De verdere beoordeling
de betrokken verzekeraar(s), zoals weergegeven bij de van kracht zijnde dekkingen.”
Verzekeraar(s) voor deze dekking: (…) Delta Lloyd Schadeverzekering NV”
[[ X ]] Assuradeuren B.V. als gevolmachtigde van:
NJ1997/718). Indien de tussenpersoon niet over voldoende gegevens beschikt of niet ervan mag uitgaan dat de gegevens waarover hij beschikt nog volledig en juist zijn, dient hij daarnaar bij zijn cliënt (de aspirant-verzekeringnemer) te informeren, ook wanneer het gaat om feiten betreffende een eventueel strafrechtelijk verleden. De tussenpersoon zal daarbij ermee rekening dienen te houden dat zijn cliënt niet spontaan zal overgaan tot melding van zijn gegevens omtrent zijn strafrechtelijk verleden (HR 11 december 1998,
NJ1999/650).
“voor een gewelds- of vermogensdelict”. Niet gesteld of gebleken is dat [geïntimeerde] is veroordeeld voor een delict dat kwalificeert als een gewelds- of vermogensdelict. Voor wat betreft het verzekeringsverleden stelt de clausule de voorwaarde dat
“door verzekeraar”gedurende de laatste 8 jaar aan [geïntimeerde] geen verzekeringen zijn opgezegd of geweigerd. De woorden “door verzekeraar” lijken, ook in het licht van de gehele tekst van de polis, terug te slaan op de verzekeraars van de zojuist tot stand gebrachte nieuwe opstalverzekering en inboedelverzekering, dus Generali en Delta Lloyd. Vaststaat dat [geïntimeerde] bij Generali en Delta Lloyd eerder geen verzekeringen heeft gehad. De bewoordingen van de clausule brengen daarom niet mee dat [geïntimeerde] redelijkerwijs moest begrijpen dat hij, nadat de verzekeringen door de bemiddeling van [appellant] al tot stand waren gekomen, alsnog uit zichzelf zijn verzekerings- en strafrechtelijk verleden diende te melden bij [appellant] (of verzekeraars).