ECLI:NL:GHSHE:2022:544

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
22 februari 2022
Zaaknummer
200.303.327_01
Instantie
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 337 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen tussenvonnis rechtbank Limburg

In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een tussenvonnis van de kantonrechter van de rechtbank Limburg. Het hof heeft vastgesteld dat het bestreden vonnis een tussenvonnis betreft zonder uitdrukkelijk dictum dat het geding beëindigt. Appellant heeft geen verzoek gedaan om tussentijds hoger beroep toe te staan en heeft zich niet uitgelaten over de ontvankelijkheid.

Op grond van artikel 337 lid 2 Rv Pro is tussentijds hoger beroep tegen een tussenvonnis uitgesloten, tenzij de rechter anders bepaalt. Nu geen dergelijke toestemming is verleend, is het hoger beroep niet-ontvankelijk. Het hof heeft appellant daarop gewezen en hem in de proceskosten veroordeeld.

Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2022. Hiermee is het hoger beroep definitief afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.

Uitkomst: Appellant is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het tussenvonnis en veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht
zaaknummer 200.303.327/01
arrest van 22 februari 2022
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. J.W.J. Schoonbrood te Heerlen,
tegen
Vaartlanddirect.nl B.V., tevens handelend onder de naam Vaartlanddirect.nl B.V. en Vaartland.nl,
gevestigd te in de [vestigingsplaats] en kantoorhoudend te [kantoorplaats] , en mede kantoorhoudend te [kantoorplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als Vaartlanddirect,
niet verschenen,
als vervolg op de door het hof op 14 december 2021 gegeven rolbeslissing in het hoger beroep van het onder zaaknummer 8889658 CV EXPL 20-5849 door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, tussen partijen gewezen vonnis van 21 juli 2021.

1.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • het tegen Vaartlanddirect verleende verstek;
  • voormelde rolbeslissing van 14 december 2021.
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Bij rolbeslissing van 14 december 2021 heeft de rolraadsheer geconstateerd dat het vonnis waarvan beroep een tussenvonnis is, aangezien uit dit vonnis niet is gebleken dat de rechtbank door een uitdrukkelijk dictum omtrent enig deel van het gevorderde reeds een einde aan het geding heeft gemaakt. [appellant] is daarop in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep (AP). [appellant] heeft naar aanleiding hiervan geen akte genomen en zich dus niet uitgelaten over de ontvankelijkheid.
2.2.
Op grond van het bepaalde in artikel 337 lid 2 Rv Pro is tussentijds hoger beroep van een tussenvonnis, niet zijnde een provisioneel vonnis, uitgesloten, tenzij de rechter die de uitspraak heeft gedaan anders heeft bepaald, hetzij in de bestreden tussenuitspraak zelf, hetzij bij afzonderlijke beslissing op een binnen de beroepstermijn gedaan daartoe strekkend verzoek. Bij gebreke van een zodanige beslissing van de rechter die de bestreden tussenuitspraak heeft gedaan, dient [appellant] die tussentijds beroep instelt, in dit beroep niet-ontvankelijk te worden verklaard, zonodig ambtshalve (zie HR 14 juli 2006, ECLI:NL:HR: 2006:AV9442).
2.3.
Het hof constateert dat in het bestreden vonnis niet is bepaald dat tussentijds hoger beroep van het vonnis openstaat. Niet gebleken is dat [appellant] de kantonrechter (tijdig) heeft verzocht tussentijds hoger beroep toe te staan van het bestreden tussenvonnis. Dat betekent dat tegen het bestreden vonnis op het moment van het instellen van het hoger beroep in deze zaak geen hoger beroep open stond.
2.4.
Een en ander leidt tot de conclusie dat [appellant] niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het hoger beroep. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de proceskosten.

3.De uitspraak

Het hof:
verklaart [appellant] niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt [appellant] in de kosten van dit hoger beroep, aan de zijde van Vaartlanddirect tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 22 februari 2022.
griffier rolraadsheer