Uitspraak
s-HERTOGENBOSCH
in eerste aanleg: gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,
1.Het verloop van de procedure
2.De vaststaande feiten en het geschil
Er staat nog een 15% en 5% factuur te versturen.
Bij deze een verslag van mijn bezoek hedenmorgen ivm lekkage.
Omdat ik moeite heb met de oplossingen die je hebt aangeboden om de problemen op te lossen, heb ik mijn rechtsbijstandsverzekering ARAG gevraagd om advies.
Al het bovenstaande betekent dat [bouwbedrijf X][het Bouwbedrijf, hof]
zich niet aansprakelijk acht voor geconstateerde gebreken, hetgeen nog steeds niet wil zeggen dat ze niet wil meekijken en meedenken om tot een oplossing te geraken. Daarvoor zal echter eerst moeten komen vast te staan wie heeft wat op welke wijze uitgevoerd en welke gebreken zijn terug te leiden tot welke gemaakte fouten en door wie zijn die gemaakt. Ik herhaal dat een bespreking zinvol lijkt waarbij we vooraf over een dergelijk
WAARNEMINGEN EN VRAAGBEANTWOORDING
Gevonden lekkage;
3.Het geschil en de beslissing in eerste aanleg
4.De beoordeling in hoger beroep
Loodgieterswerk, riolering, hemelwaterafvoer, sanitair, pompput e.d.” (ds. 24). Het maken van enige overstort wordt in de opdrachtbevestiging ook niet genoemd. Tussen partijen is verder niet in geschil dat er geen schriftelijke meerwerkafspraak is gemaakt betreffende de overstortgaten. Uit de e-mail van 6 maart 2014 van het Bouwbedrijf aan [appellant] (verslag bouwvergadering) volgt dat de eigen loodgieter van [appellant] , [persoon F] (hierna: [persoon F] ) “
op de linker zijde overstorten in de gevel zal maken”. Volgens [appellant] ziet dit op andere overstortgaten, maar dat heeft zij onvoldoende onderbouwd. Het Bouwbedrijf heeft weliswaar per e-mail van 22 augustus 2014 aan [appellant] onder meer het volgende geschreven: “
Er komt een gootje langs de opgaande gevels 10cm breed doorlopend tot de kozijnen ingelaten in de isolatie, met circa 1 cm isolatie eronder, ingeplakt met EPDM. Het gootje word aangesloten op 2 hwa (liggen er al), op het einde van de goot 2x noodoverstort die circa 4 cm boven de onderkant zit. Op het dakterras moeten ook 2 extra noodoverstort komen aan linker zijde.” Uit deze e-mail kan evenwel niet zonder meer worden afgeleid dat een en ander door het Bouwbedrijf gemaakt zou worden. De enkele verklaring van [persoon F] d.d. 5 mei 2019 (productie 5 bij conclusie van antwoord in conventie) dat niet hij maar de aannemer (kennelijk doelende op [bouwbedrijf X] ) de gaten voor de overstorten heeft geboord, draagt, gelet ook op het eigen belang van [persoon F] niet ten aanzien van de overstortgaten aangesproken te worden, onvoldoende bij aan de vereiste onderbouwing.
hooguit 10% van de factuur van [Y zwembaden] correspondeert met[de werkzaamheden die het Bouwbedrijf nog moest uitvoeren, hof].” Het Bouwbedrijf heeft genoemd bedrag onvoldoende gemotiveerd betwist. Dat betekent dat de vordering van [appellant] voor toewijzing gereed ligt. De grief slaagt.
5.Slotsom
- griffierecht € 1.992,00
- explootkosten € 106,46