ECLI:NL:GHSHE:2023:1008

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
28 maart 2023
Publicatiedatum
28 maart 2023
Zaaknummer
200.312.693_01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.4 LPR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens ontbreken memorie van grieven

In deze civiele procedure heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch op 28 maart 2023 uitspraak gedaan in het hoger beroep van Eco Solutions Nederland B.V. tegen Handelsonderneming Solidair B.V. Na eerdere tussenarresten heeft het hof appellante peremptoir gesommeerd een memorie van grieven in te dienen op de rol van 7 maart 2023.

Appellante heeft echter geen memorie van grieven genomen en heeft ook geen nieuwe procesvertegenwoordiger gesteld nadat de vorige was onttrokken. Hierdoor is het recht om grieven te dienen vervallen op grond van artikel 6.4 van het LPR.

Het hof verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep en veroordeelt haar in de kosten van het hoger beroep, bestaande uit griffierecht en salaris advocaat. De uitspraak is in het openbaar gedaan door de rolraadsheer en ondertekend door drie raadsheren.

Uitkomst: Appellante is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens het niet indienen van een memorie van grieven en wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
Team Handelsrecht
zaaknummer 200.312.693/01
arrest van 28 maart 2023
in de zaak van
Eco Solutions Nederland B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
appellante,
hierna aan te duiden als appellante,
advocaat: mr. D.D. Dielissen-Breukers te Eindhoven, (onttrokken)
tegen
Handelsonderneming Solidair B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde,
hierna aan te duiden als geïntimeerde,
advocaat: mr. N.P.H. Vissers te Roermond,
als vervolg op de door het hof gewezen tussenarresten van 16 augustus 2022 en
24 januari 2023 in het hoger beroep van het door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats Eindhoven, onder zaaknummer C01/331815 / HA ZA 18-170 gewezen vonnis van
4 augustus 2021.

5.De verdere beoordeling

5.1.
In het tussenarrest van 24 januari 2023 heeft het hof aanleiding gezien deze zaak te verwijzen naar de rol van 7 maart 2023 voor het nemen van een memorie van grieven, ambtshalve peremptoir. Op die rol heeft appellante geen memorie van grieven genomen. Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald.
5.2.
Nu zich voor appellante geen nieuwe procesvertegenwoordiger heeft gesteld en appellante tegen het vonnis waarvan beroep geen grieven heeft aangevoerd, is ingevolge artikel 6.4 van het LPR daarmee het recht van appellante om van grieven te dienen vervallen.
Dit brengt mee dat appellante niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het hoger beroep.
Appellante zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure in hoger beroep.

6.De uitspraak

Het hof:
verklaart appellante niet-ontvankelijk in het hoger beroep;
veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van geïntimeerde tot aan deze uitspraak begroot op € 5.689,00 aan griffierecht en op € 591,50 (0,5 punt x tarief II) aan salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. S.M.A.M. Venhuizen, E.H. Schulten en J.M.H. Schoenmakers en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 28 maart 2023.
griffier rolraadsheer