Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
5.Het verloop van de procedure
- het tussenarrest van 6 december 2022;
- de akte van de afnemer;
- de antwoordakte van Dexia.
6.De verdere beoordeling
€ 900,--
€ 3.549,--
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
In deze civiele zaak gaat het om een effectenleaseovereenkomst die door de echtgenoot van de afnemer zonder schriftelijke toestemming is gesloten, waardoor vernietiging op grond van artikel 1:89 BW Pro mogelijk is. Dexia stelde zich op het standpunt dat de vernietigingsvordering was verjaard, omdat de echtgenoot al vóór 13 maart 2000 bekend was met de overeenkomst, waardoor de verjaringstermijn van drie jaar was verstreken voordat de collectieve actie in 2003 werd ingesteld.
Het hof bevestigde dat de echtgenoot daadwerkelijk bekend was met de overeenkomst vóór genoemde datum, mede omdat betalingen via zijn privérekening liepen en hij daarvan op de hoogte was. Hierdoor was de vernietigingsmogelijkheid verjaard toen de echtgenoot in 2007 de overeenkomst wilde vernietigen. Het beroep op vernietiging faalde daarom.
Daarnaast oordeelde het hof dat Dexia onrechtmatig had gehandeld door de effectenleaseovereenkomst aan te gaan terwijl de cliënt via een tussenpersoon was aangebracht die zonder vergunning beleggingsadvies gaf, in strijd met de Wte 1995. Dexia werd veroordeeld tot schadevergoeding aan de afnemer, bestaande uit betaalde inleg minus dividenduitkeringen en fiscaal voordeel, met wettelijke rente.
Het hof vernietigde het bestreden vonnis voor zover de afnemer werd veroordeeld tot betaling van een restschuld en in proceskosten, en wees deze vordering af. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep. Het arrest werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De vernietiging van de effectenleaseovereenkomst is verjaard, Dexia is onrechtmatig jegens de afnemer en moet schadevergoeding betalen; restschuldvordering wordt afgewezen.